Vandaag is een informeel akkoord bereikt tussen Europese landen, het Europees Parlement en de Europese Commissie over een nieuwe Europese meststoffenverordening. Door deze wetgeving stimuleren we de productie van nieuwe bemestingsproducten gemaakt van biologisch afbreekbaar afval, dierlijke mest en andere reststromen. Waardevolle nutriënten worden zo gerecycled en gaan niet verloren. Daarmee zou onder andere 30% aan fosfaatkunstmest bespaard kunnen worden.

Bovendien mogen deze gerecyclede meststoffen, door het opstellen van Europese normen, nu vrij verhandeld worden op de Europese markt. Organische meststoffen die worden gemaakt in het ene EU-land kunnen nu zonder problemen verkocht worden aan andere Europese landen. Zo wordt de kringloop binnen de EU beter gesloten. Daarnaast wordt het gebruik van zogenaamde biostimulanten in deze wetgeving gestimuleerd. Biostimulanten zijn micro-organismen, zoals bacteriën of nematoden en bevorderen de groei van planten. Het grootste struikelblok van de onderhandelingen was het instellen van een limietwaarde voor het giftige cadmium in fosfaatkunstmest. De limiet voor cadmium in kunstmest wordt gesteld op maximaal 60mg/kg.

Jan Huitema (VVD-Europarlementariër): “Door deze nieuwe wetgeving wordt de mestkringloop beter gesloten. Hierdoor gaan waardevolle nutriënten niet verloren, besparen we energie, is de CO2-uitstoot lager en zijn we minder afhankelijk van derde landen.  Boeren willen duurzamer werken en door deze wetgeving kunnen ze nu een concrete stap zetten in de richting van het sluiten van de kringlopen. Daarnaast verlagen we de kostprijs voor de boer. Een prachtige win-win dus! Als één van de onderhandelaars ben ik trots dat het ons gelukt is een akkoord te bereiken.”

 

Voor meer informatie kunt u bellen naar:

  • Jan Huitema: +31 (0) 6 55857899
  • Kantoor Huitema +32 (0) 228 45131

Minister Schouten maakte deze week bekend te willen experimenteren met CRISPR-Cas. De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van nieuwe veredelingstechnieken. Door technieken zoals CRISPR-Cas is het mogelijk om in korte tijd grote vooruitgang te boeken op het gebied van bijvoorbeeld opbrengst, voedingswaarde, ziekteresistentie, droogte- en zouttolerantie. Het is duidelijk dat met deze technieken grote duurzaamheidsslagen te maken zijn en dit dus goed aansluit bij de visie van minister Schouten op kringlooplandbouw.

Grote tegenvaller is echter de uitspraak van het Europese Hof van afgelopen zomer. Door deze uitspraak blijven nieuwe veredelingstechnieken, zoals CRISPR-Cas, onder de strenge GMO-wetgeving vallen. Het gevolg daarvan is dat het voor Europese veredelingsbedrijven onmogelijk wordt gemaakt om nieuwe veredelingstechnieken te gebruiken. Hierdoor dreigen zij de concurrentiestrijd met landen buiten de EU te verliezen.

Sinds het moment dat ik gekozen ben voor het Europees Parlement heb ik me ingezet om de nieuwe veredelingstechnieken buiten de reikwijdte van de GMO-wetgeving te krijgen. Ik heb gepleit voor een nieuwe wetgeving speciaal voor nieuwe veredelingstechnieken. Mijn belangrijkste argument hiervoor is dat nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas wel degelijk verschillen van de traditionele GMOs.

Met CRISPR-Cas wordt alleen gewerkt met het soorteigen genetisch materiaal van een gewas, en worden er geen genen van andere plant- en diersoorten ingebracht. Dat betekent dat de producten van CRISPR-Cas ook door klassieke veredeling verkregen kunnen worden. Door CRISPR-Cas kun je echter veel preciezer en sneller veredelen. Zeker voor tetraploïde gewassen, zoals de aardappel, is dat een groot voordeel.

Samen met minister Schouten blijf ik zoeken naar mogelijkheden om nieuwe veredelingstechnieken te mogen gebruiken in Nederland, wellicht door nieuwe wetgeving of via flexibiliteit in de huidige GMO-wetgeving. Het kan wat mij betreft niet zo zijn dat de Nederlandse veredelingssector, met zijn grote historie op het gebied van innovatie en duurzaamheid, het schip gaat missen omdat de Europese wetgeving achterblijft.

Blog verschenen in het blad Nieuwe Oogst op 3-11-2018

 

De conceptlijst die de Europese Commissie opstelde van plantensoorten die een verhoogd risico zouden hebben om plagen en ziekten te verspreiden is volgens Jan Huitema onterecht.

Door het ontstaan van nieuwe handelsstromen en de gevolgen van klimaatverandering, vormen schadelijke uitheemse organismen een steeds groter risico voor telers en handelaren in heel Europa. Om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken worden de eisen voor plantenimport aangescherpt. Europese regels zijn erg belangrijk om ervoor te zorgen dat ziektes van buiten de EU zich niet zomaar naar Nederland kunnen verspreiden.

In principe is het een goed streven om onze tuinbouwsector zoveel mogelijk te beschermen. De Nederlandse tuinbouwsector weet namelijk als geen ander hoe belangrijk het is om een goede plantgezondheid voor hun teelt te waarborgen en voldoet aan de strengste fytosanitaire eisen.

Conceptlijst van plantensoorten met verhoogd risico

Voor de zomer maakte de Europese Commissie een conceptlijst van plantensoorten die een verhoogd risico zouden hebben om plagen en ziekten te verspreiden. Op deze lijst stonden 39 plantensoorten waaronder Ficus en Cycas, 2 soorten die Nederland al jarenlang op grote schaal zonder problemen importeert en waar veel Nederlandse bedrijven van afhankelijk zijn. Voor de plantensoorten op deze lijst zou per 14 december 2019 een importverbod gaan gelden, tenzij voor die tijd uit onderzoek zal blijken dat bepaalde handelsstromen geen risico vormen.

Bezwaar tegen lijst

Ik heb bij de Commissie mijn bezwaar gemaakt tegen deze lijst omdat ik vind dat deze lijst onterecht is samengesteld zonder dat er toelichting is gegeven op hoe de plantensoorten zijn beoordeeld. Er zijn veel telers die al decennialang verschillende van deze soorten op een zorgvuldige manier importeren en geen risico vormen voor de Europese plantgezondheid. Verschillende bedrijven en organisaties hebben daarom afgelopen zomer van zich laten horen door hun bezwaren bij de Commissie in te dienen.

Aangepaste lijst

Dit is door de Commissie niet onopgemerkt gebleven en samen met andere Europarlementariërs heb ik extra druk gezet op de Commissie. Vrij snel werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Ik heb het belang van onze telers en handelaars benadrukt en herhaalt dat ongerechtvaardigd protectionisme onacceptabel is. Zuidelijke lidstaten profiteren ervan als er een importverbod komt op deze soorten, omdat zij deze soorten veel zelf produceren. Op basis van de bezwaren heeft de Commissie de lijst aangepast zodat in vitro materiaal, zaden en bonsais geïmporteerd mogen blijven worden, evenals de plantensoorten Cycas en Ficus met de uitzondering van Ficus carica. Dat is al een belangrijke stap.

Meer onderzoek nodig

Er staan nog steeds een aantal soorten op de lijst die veel door Nederland worden geïmporteerd en die ik graag van de lijst af wil hebben. Van andere Europarlementariërs wordt echter het tegenovergestelde gevraagd. Doordat telers in zuidelijke landen in het verleden veel problemen hebben gehad met plantziekten door import, willen zij juist dat de lijst uitgebreid wordt.

Voor nu zal er onderzoek gedaan moeten worden om aan te tonen dat de meeste Nederlandse handelsstromen zorgvuldig zijn opgezet en geen risico vormen. Dat gaat tijd en moeite kosten, maar zo wordt de lijst in ieder geval wel op wetenschappelijke basis samengesteld, en zijn veilige Nederlandse handelsstromen gewaarborgd.

Verschenen in de Boerderij op 14-10-2018