De laatste weken staat het onderwerp diertransport hoog op de agenda in het Europees Parlement. Er bestaan verschillende Europese regels op dit gebied, bijvoorbeeld voor maximale transportduur, rusttijden en leefomstandigheden tijdens transport. Probleem is dat de wetgeving in veel delen van de EU niet goed gehandhaafd wordt. Slecht voor het dierenwelzijn, slecht voor de Nederlandse concurrentiepositie van de Nederlandse transporteurs. Door het ontbreken van een gelijk speelveld lijden de goeden onder de kwaden. Handhaven dus!

Daarnaast heb ik twee belangrijke aanpassingen in de wetgeving voorgesteld. Het toestaan van de bordeskeuring en een zogenaamde “Schengen voor varkens”.

 Voordat dieren geëxporteerd kunnen worden, moet het welzijn van de dieren gekeurd worden door een veearts. Alleen gezonde dieren mogen getransporteerd worden. Als bijvoorbeeld een vrachtauto dieren ophaalt bij verschillende veehouders, moeten alle dieren bij een verzamelstation weer uitgeladen worden om ze te kunnen keuren. Dit geeft extra stress voor het dier. Daarom is de NVWA een pilot gestart waarbij dieren in de vrachtauto zelf gekeurd kunnen worden door een veearts, de zogenaamde bordeskeuring. Uit de pilot komt naar voren dat de keuring op deze manier heel goed mogelijk is. Helaas laat de huidige EU-wetgeving dat nog niet toe. Daarom wil ik ruimte scheppen in de regels voor nieuwe keuringsmogelijkheden, die de stress van het dier verminderen.

Mijn tweede aanpassing is een ‘Schengen voor varkens’. Hiermee wil ik dat de exportregels worden versoepeld voor transporten met een laag risico voor verspreiding van dierziekten. Bijvoorbeeld een direct transport van dieren naar de slachterij. Bij een transport van varkens uit Nederland naar een Duitse slachterij, keurt een Nederlandse dierenarts de varkens een keer en daarna moet een Duitse dierenarts dezelfde varkens nog een keer keuren. Als deze dubbele keuring komt te vervallen wordt het aantrekkelijker om niet alleen Nederlandse slachterijen te gebruiken maar ook de Duitse. Dit kan de duur van het diertransport verkorten, omdat in sommige gevallen een Duitse slachthuis dichterbij is dan een Nederlandse. Visa versa geldt dit ook voor de Duitse varkens en voor andere landen.

Voor deze aanpassingen hoop ik in de komende tijd steun te krijgen bij mijn collega’s in de landbouwcommissie van het Europees Parlement. Hou mijn website en sociale media in de gaten voor verdere updates!

 

Vandaag is een informeel akkoord bereikt tussen Europese landen, het Europees Parlement en de Europese Commissie over een nieuwe Europese meststoffenverordening. Door deze wetgeving stimuleren we de productie van nieuwe bemestingsproducten gemaakt van biologisch afbreekbaar afval, dierlijke mest en andere reststromen. Waardevolle nutriënten worden zo gerecycled en gaan niet verloren. Daarmee zou onder andere 30% aan fosfaatkunstmest bespaard kunnen worden.

Bovendien mogen deze gerecyclede meststoffen, door het opstellen van Europese normen, nu vrij verhandeld worden op de Europese markt. Organische meststoffen die worden gemaakt in het ene EU-land kunnen nu zonder problemen verkocht worden aan andere Europese landen. Zo wordt de kringloop binnen de EU beter gesloten. Daarnaast wordt het gebruik van zogenaamde biostimulanten in deze wetgeving gestimuleerd. Biostimulanten zijn micro-organismen, zoals bacteriën of nematoden en bevorderen de groei van planten. Het grootste struikelblok van de onderhandelingen was het instellen van een limietwaarde voor het giftige cadmium in fosfaatkunstmest. De limiet voor cadmium in kunstmest wordt gesteld op maximaal 60mg/kg.

Jan Huitema (VVD-Europarlementariër): “Door deze nieuwe wetgeving wordt de mestkringloop beter gesloten. Hierdoor gaan waardevolle nutriënten niet verloren, besparen we energie, is de CO2-uitstoot lager en zijn we minder afhankelijk van derde landen.  Boeren willen duurzamer werken en door deze wetgeving kunnen ze nu een concrete stap zetten in de richting van het sluiten van de kringlopen. Daarnaast verlagen we de kostprijs voor de boer. Een prachtige win-win dus! Als één van de onderhandelaars ben ik trots dat het ons gelukt is een akkoord te bereiken.”

 

Voor meer informatie kunt u bellen naar:

  • Jan Huitema: +31 (0) 6 55857899
  • Kantoor Huitema +32 (0) 228 45131

Minister Schouten maakte deze week bekend te willen experimenteren met CRISPR-Cas. De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied van nieuwe veredelingstechnieken. Door technieken zoals CRISPR-Cas is het mogelijk om in korte tijd grote vooruitgang te boeken op het gebied van bijvoorbeeld opbrengst, voedingswaarde, ziekteresistentie, droogte- en zouttolerantie. Het is duidelijk dat met deze technieken grote duurzaamheidsslagen te maken zijn en dit dus goed aansluit bij de visie van minister Schouten op kringlooplandbouw.

Grote tegenvaller is echter de uitspraak van het Europese Hof van afgelopen zomer. Door deze uitspraak blijven nieuwe veredelingstechnieken, zoals CRISPR-Cas, onder de strenge GMO-wetgeving vallen. Het gevolg daarvan is dat het voor Europese veredelingsbedrijven onmogelijk wordt gemaakt om nieuwe veredelingstechnieken te gebruiken. Hierdoor dreigen zij de concurrentiestrijd met landen buiten de EU te verliezen.

Sinds het moment dat ik gekozen ben voor het Europees Parlement heb ik me ingezet om de nieuwe veredelingstechnieken buiten de reikwijdte van de GMO-wetgeving te krijgen. Ik heb gepleit voor een nieuwe wetgeving speciaal voor nieuwe veredelingstechnieken. Mijn belangrijkste argument hiervoor is dat nieuwe veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas wel degelijk verschillen van de traditionele GMOs.

Met CRISPR-Cas wordt alleen gewerkt met het soorteigen genetisch materiaal van een gewas, en worden er geen genen van andere plant- en diersoorten ingebracht. Dat betekent dat de producten van CRISPR-Cas ook door klassieke veredeling verkregen kunnen worden. Door CRISPR-Cas kun je echter veel preciezer en sneller veredelen. Zeker voor tetraploïde gewassen, zoals de aardappel, is dat een groot voordeel.

Samen met minister Schouten blijf ik zoeken naar mogelijkheden om nieuwe veredelingstechnieken te mogen gebruiken in Nederland, wellicht door nieuwe wetgeving of via flexibiliteit in de huidige GMO-wetgeving. Het kan wat mij betreft niet zo zijn dat de Nederlandse veredelingssector, met zijn grote historie op het gebied van innovatie en duurzaamheid, het schip gaat missen omdat de Europese wetgeving achterblijft.

Blog verschenen in het blad Nieuwe Oogst op 3-11-2018