Jan

Posts by this author:

De conceptlijst die de Europese Commissie opstelde van plantensoorten die een verhoogd risico zouden hebben om plagen en ziekten te verspreiden is volgens Jan Huitema onterecht.

Door het ontstaan van nieuwe handelsstromen en de gevolgen van klimaatverandering, vormen schadelijke uitheemse organismen een steeds groter risico voor telers en handelaren in heel Europa. Om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken worden de eisen voor plantenimport aangescherpt. Europese regels zijn erg belangrijk om ervoor te zorgen dat ziektes van buiten de EU zich niet zomaar naar Nederland kunnen verspreiden.

In principe is het een goed streven om onze tuinbouwsector zoveel mogelijk te beschermen. De Nederlandse tuinbouwsector weet namelijk als geen ander hoe belangrijk het is om een goede plantgezondheid voor hun teelt te waarborgen en voldoet aan de strengste fytosanitaire eisen.

Conceptlijst van plantensoorten met verhoogd risico

Voor de zomer maakte de Europese Commissie een conceptlijst van plantensoorten die een verhoogd risico zouden hebben om plagen en ziekten te verspreiden. Op deze lijst stonden 39 plantensoorten waaronder Ficus en Cycas, 2 soorten die Nederland al jarenlang op grote schaal zonder problemen importeert en waar veel Nederlandse bedrijven van afhankelijk zijn. Voor de plantensoorten op deze lijst zou per 14 december 2019 een importverbod gaan gelden, tenzij voor die tijd uit onderzoek zal blijken dat bepaalde handelsstromen geen risico vormen.

Bezwaar tegen lijst

Ik heb bij de Commissie mijn bezwaar gemaakt tegen deze lijst omdat ik vind dat deze lijst onterecht is samengesteld zonder dat er toelichting is gegeven op hoe de plantensoorten zijn beoordeeld. Er zijn veel telers die al decennialang verschillende van deze soorten op een zorgvuldige manier importeren en geen risico vormen voor de Europese plantgezondheid. Verschillende bedrijven en organisaties hebben daarom afgelopen zomer van zich laten horen door hun bezwaren bij de Commissie in te dienen.

Aangepaste lijst

Dit is door de Commissie niet onopgemerkt gebleven en samen met andere Europarlementariërs heb ik extra druk gezet op de Commissie. Vrij snel werd ik uitgenodigd voor een gesprek. Ik heb het belang van onze telers en handelaars benadrukt en herhaalt dat ongerechtvaardigd protectionisme onacceptabel is. Zuidelijke lidstaten profiteren ervan als er een importverbod komt op deze soorten, omdat zij deze soorten veel zelf produceren. Op basis van de bezwaren heeft de Commissie de lijst aangepast zodat in vitro materiaal, zaden en bonsais geïmporteerd mogen blijven worden, evenals de plantensoorten Cycas en Ficus met de uitzondering van Ficus carica. Dat is al een belangrijke stap.

Meer onderzoek nodig

Er staan nog steeds een aantal soorten op de lijst die veel door Nederland worden geïmporteerd en die ik graag van de lijst af wil hebben. Van andere Europarlementariërs wordt echter het tegenovergestelde gevraagd. Doordat telers in zuidelijke landen in het verleden veel problemen hebben gehad met plantziekten door import, willen zij juist dat de lijst uitgebreid wordt.

Voor nu zal er onderzoek gedaan moeten worden om aan te tonen dat de meeste Nederlandse handelsstromen zorgvuldig zijn opgezet en geen risico vormen. Dat gaat tijd en moeite kosten, maar zo wordt de lijst in ieder geval wel op wetenschappelijke basis samengesteld, en zijn veilige Nederlandse handelsstromen gewaarborgd.

Verschenen in de Boerderij op 14-10-2018

De vraag die bij velen bleef hangen na het lezen van de landbouwvisie: hoe gaan we dit in de praktijk aanpakken?

Afgelopen week presenteerde minister Carola Schouten haar landbouwvisie, waarin ze pleit voor een overgang naar kringlooplandbouw. Deze kringlooplandbouw zou de oplossing moeten zijn voor de problemen waarmee de agrarische sector mee te maken heeft.

De vraag die echter bij veel mensen achterbleef na het lezen van de landbouwvisie was: hoe gaan we dit in de praktijk aanpakken? In een wereld waar consumenten het liefst zo min mogelijk betalen voor voedsel, valt het voor boeren niet altijd mee om zelf een duurzamere koers in te zetten. Boeren en tuinders zijn ambitieus en willen best duurzamer worden, maar kunnen dit niet alleen.

Wat vooral niet vergeten moet worden, is dat kringlopen sluiten geen nieuw concept is. Boeren hebben altijd al gewerkt in kringlopen, en in Europa staat Nederland er zelfs om bekend dat we efficiënt omgaan met nutriënten. Er valt echter ook nog veel te verbeteren. Bovendien liggen er nog veel mogelijkheden om de kringloop beter te sluiten.

Nieuwe manieren vinden om kringloop te sluiten

Maar in tegenstelling tot wat sommige partijen beweren, wordt de kringloop wat mij betreft niet beter gesloten door terug te gaan naar een ‘ouderwetse’ manier van boeren. We moeten vooral door een combinatie van ecologische en technologische innovaties nieuwe manieren vinden om de kringloop beter te sluiten.

EU-geld vrijmaken voor stimuleren innovatie

Vanuit mijn rol als Europarlementariër kan ik hier op verschillende manieren aan bijdragen. Zo pleit ik ervoor dat vanuit Europa meer geld wordt vrijgemaakt om innovatie te stimuleren. Daarnaast is het erg belangrijk dat wanneer nieuwe innovaties ontstaan, verouderde wetgeving niet in de weg staat om deze te gebruiken.

Mestwetgeving aanpassen

Een voorbeeld is mestwetgeving. Toen kunstmestvervangers van dierlijke mest ontwikkeld werden, mochten ze volgens het mestbeleid niet gebruikt worden om kunstmest ook daadwerkelijk te vervangen. Door mijn werk in het Europees Parlement wordt deze wetgeving aangepast, en kunnen we binnenkort de kringloop weer iets beter sluiten.

Een ander goed voorbeeld is de toelating van laag-risico gewasbeschermingsmiddelen en biologische bestrijdingsmiddelen. Die toelating is te traag. De toelatingsinstanties hebben meer mankracht en specialisme nodig om boeren en tuinders duurzamere instrumenten in handen te geven om hun oogsten beschermen. Belangrijk met het oog op voedselverspilling.

GLB moet sector crisisbestendig maken

Ik zet me er verder voor in dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) de overgang naar kringlooplandbouw vergemakkelijkt. Zo stimuleren we niet alleen meer ecologische en technologische investeringen, maar zorgen we ook voor meer waardering voor de inzet van de boer. Het GLB moet zorgen voor duidelijke regelgeving op de lange termijn, zodat boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen plannen voor de toekomst.

Daarnaast moet het nieuwe GLB de positie van de boer in de keten versterken en veel meer inzetten op het crisisbestendig maken van de sector. Te denken valt aan verzekering tegen risico’s zoals droogte , maar ook mogelijkheden om bijvoorbeeld lage landbouwprijzen af te dekken. Kortom, er liggen nog veel kansen onze kringlooplandbouw te verbeteren. Gelukkig hebben we in Nederland de meest innovatieve agrarische sector ter wereld.

 

Blog verschenen in de Boerderij (18/09/18)

 

Opiniestuk voor de Boerderij – gepubliceerd op 23-06-2018

Het lijkt zeker dat verschillende kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest komen te vallen. De vraag is alleen wanneer? Het is een van mijn missies in het Europees Parlement om kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest te krijgen. Decennialang wordt hier in Nederland al over gesproken. Gelukkig lijkt een toelating dichtbij. De Europese Commissie doet op dit moment uitvoering onderzoek en komt in 2019 met criteria waaraan kunstmestvervangers moeten voldoen.

In Nederland bestaan al proefprojecten waarbij dierlijke mest zodanig wordt gestript dat je een concentraat krijgt dat te vergelijken is met vloeibare kunstmest. Waarom mag het dan nog niet gebruikt worden boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest? Dat komt door de definitie van dierlijke mest in de Nitraatrichtlijn. Deze luidt als volgt: “dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan.” De bijzin ‘alsook producten daarvan’ is het probleem!

Hoe zuiver je kunstmestvervanger ook is, met deze definitie blijft het dierlijke mest. De definitie is niet meer van deze tijd. De Nitraatrichtlijn stamt uit 1991. Bijna 30 jaar verder zijn de ontwikkelingen op gebied van mestverwerking sterk verbeterd. Daar komt bij dat klimaatverandering een groot thema is, evenals kringloopdenken. Het gebruik van kunstmestvervangers kan daarin een positieve bijdrage leveren.

Een paar jaar geleden zag ik mijn kans schoon. Bij de behandeling van de meststoffenverordening heb ik een voorstel ingediend om de definitie van dierlijke mest aan te passen: “Dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan behalve producten die een werkingscoëfficiënt hebben van 90% en voldoen aan de criteria van de meststoffenverordening.” Natuurlijk was het eenvoudiger om de hierboven genoemde bijzin domweg te schrappen, maar daar was geen politieke ruimte voor.

In de landbouwcommissie van het Europees Parlement kreeg ik hiervoor voldoende steun. De Europese Commissie was minder enthousiast, al erkenden ze de mogelijke voordelen van kunstvervangers. Mijn voorstel zou te kort door de bocht zijn en niet wetenschappelijk gefundeerd. Na lang onderhandelen hebben we eind vorig jaar een compromis bereikt. De Europese Commissie krijgt twee jaar de tijd om duidelijk te maken wanneer een kunstmestvervanger wel of niet valt onder de definitie van dierlijke mest.

Deze week sprak ik met de Europese Commissie over het lopende onderzoek. Uiteraard worden er geen toezeggingen gedaan, maar toch ziet het er veelbelovend uit. Verschillende kunstmestvervangers lijken goede papieren te hebben.
Nu kunt u denken, dit gaat mij niet snel genoeg en dat is begrijpelijk. Geduld is echter een schone zaak en dit is naar mijn mening de enig realistische route om kunstmestvervangers op termijn te kunnen gebruiken, waardoor we onze kringlopen kunnen sluiten en minder afhankelijk worden van kunstmest.