Opiniestuk voor de Boerderij – Gepubliceerd op 28/05/18

Vrijdag 1 juni presenteert Phil Hogan zijn voorstellen voor het nieuwe Europees landbouwbeleid.

Voordat u denkt dat we aan de vooravond staan van weer een grote verandering in de landbouw, kan ik u zeggen dat het nieuwe landbouwbeleid pas in 2020 op zijn vroegst in werking zal treden. Realistischer is dat het nieuwe landbouwbeleid pas in 2022 of nog later in zal gaan. Een belangrijke reden daarvoor is dat er volgend jaar mei weer Europese verkiezingen zijn.

Nieuwe Europese Commissie

Niet alleen wordt er een nieuw Europees Parlement gekozen, ook wordt in 2019 de Europese Commissie opnieuw samengesteld. De kans dat een Eurocommissaris herbenoemd wordt is klein, laat staat dat diegene dezelfde portefeuille krijgt. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Phil Hogan na 2019 weer landbouwcommissaris wordt. Zijn opvolger heeft misschien weer andere ideeën over het GLB, wat een vertragend effect heeft. En dan hebben we het nog niet eens over de Raad van landbouwministers die net als het Europees Parlement meebeslist over de uiteindelijk tekst van het landbouwbeleid. Nationale verkiezingen kunnen ook daar het werk bemoeilijken. Zeker wanneer het gaat over landbouw, waarbij landen aanspraak kunnen maken op grote hoeveelheden Europees geld.

Te grote focus op inkomenssteun

En dat is meteen één van mijn zorgen. Politici willen graag thuiskomen met een persbericht, waarin ze kunnen aangeven geld op te hebben gehaald uit Brussel. Dat ze het beste met de boeren voor hebben en de directe inkomenssteun in stand willen houden.

‘Het geven van inkomenssteun aan boeren klinkt geweldig, maar lost de uitdagingen voor de Europese boer niet op’

Bij mij roept dat de vraag op, gaat het hier nog wel over beleid dat werkt voor boeren of over beleid dat werkt voor politici? Want laten we eerlijk wezen, wordt met directe inkomenssteun de concurrentiepositie van de Europese landbouwsector structureel verbeterd? Het geven van inkomenssteun aan boeren klinkt geweldig, maar lost de uitdagingen voor de Europese boer niet op. In veel landen worden de landbouwgelden gebruikt als basisinkomen, in plaats investering in het boerenbedrijf. Deze bedrijven raken achterop, met als gevolg dat juist die landen nog harder roepen om behoud van directe inkomenssteun. Steun die terecht komt bij de grondbezitter en niet per se bij de boer.

Investeren in Europese landbouwsector

Ik zet me in voor een landbouwbeleid dat daadwerkelijk investeert in de Europese landbouwsector. Een beleid dat helpt om de sector beter in staat te stellen zijn eigen broek op te houden. Maar ook eentje die inziet dat de landbouwsector juist oplossingen biedt voor milieu- en klimaatproblemen en die kansen wil pakken. Dat vergt meer dan simpelweg het uitdelen van directe inkomenssteun. Iets wat de Nederlandse landbouw al veel langer begrepen heeft.

 

Heb je passie voor milieu en landbouw, zit je aan het einde van je studie of ben je net afgestudeerd en wil je meedraaien in het hart van de Europese politiek?

VVD Europarlementariër Jan Huitema (land- en tuinbouw, voedsel, milieu en klimaat, Europese begroting en budget) is op zoek naar versterking voor zijn team van september 2018 tot januari 2019 (exacte startdatum in overleg). Ben je ondernemend, enthousiast en heb je affiniteit met de landbouwonderwerpen? Vind je het leuk om dingen uit te zoeken, weet je van aanpakken en kun je goed overzicht houden als er veel dingen tegelijkertijd spelen? Kun je de vertaalslag maken van technische onderwerpen naar bijvoorbeeld blogs en social media posts? Dan ben ik misschien wel op zoek naar jou als stagiair in mijn team!

Zoeken we jou?

  • Minimaal een WO-bachelor;
  • Goede communicatieve vaardigheden;
  • Interesse in de Europese Unie en het Europees Parlement in het bijzonder;
  • Aantoonbare affiniteit met landbouwonderwerpen;
  • Kennis van sociale media (Twitter, Facebook, Instagram);
  • Goede beheersing van het Nederlands en Engels in woord en geschrift;
  • Nieuwsgierig, zelfstandig en initiatief nemend,

Wat bieden we jou?

  • Uitdagende stage in een internationale context;
  • Dynamische werkomgeving en enthousiaste collega’s;
  • Mogelijkheid om theoretische kennis vanuit je studie in de praktijk te brengen;

Enthousiast?

Ben je enthousiast geworden en heb je vanaf september (2018) tot januari tijd om bij ons in Brussel aan de slag te gaan? Reageer dan op deze vacature door voor 4 juni je motivatiebrief en CV (in één bestand) naar Jan.huitema@europarl.europa.eu te sturen en je hoort dan z.sm. van ons of je wordt uitgenodigd op gesprek.

De Europese Commissie heeft vandaag haar voorstel voor de nieuwe Europese meerjarenbegroting 2021-2027 (Meerjarig Financieel Kader) gepresenteerd. De Commissie wil de bijdrage van de EU-lidstaten verhogen van 1,00 naar 1,14 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI). Dat komt neer op een totaalbedrag van bijna 1300 miljard euro. Voor digitale investeringen, onderzoek, klimaat en het bewaken van de grenzen is er behoorlijke stijging in het budget ten opzichte van het huidige MFK.

VVD-Europarlementariër Jan Huitema: “Het is goed dat de Europese Commissie in haar voorstel voor een nieuwe Europese begroting werk maakt van nieuwe prioriteiten zoals veiligheid, immigratie en klimaat en flink investeert in innovatie en onderzoek. Dit is ook de inzet van de VVD. Het is echter onverstandig dat de Commissie dit niet betaalt door verouderd beleid tegen het licht te houden en hierop te bezuinigen. Nu is het een “én – én” begroting geworden. Het is een gemiste kans dat er als gevolg van de Brexit niet met een bescheiden eerste begrotingsvoorstel wordt gestart. Bij een kleinere Europese Unie, met een kleiner aantal lidstaten hoort een kleiner budget.”

Nederlandse bijdrage

Wie betaalt dit allemaal? In de huidige plannen gaat de bijdrage van Nederland omhoog met twee à drie miljard euro. Daarnaast raakt Nederland in dit voorstel haar korting kwijt, die ze kreeg om haar relatief hoge bijdrage aan het Europees budget.

Huitema: “Aan de inkomstenkant is nog veel werk aan de winkel. De sterkste schouders kunnen best de zwaarste lasten dragen, maar de sterkste schouders hoeven niet alle lasten te dragen. In het voorstel van de Commissie betaalt Nederland onevenredig veel, dat is onacceptabel. Door de juiste prioriteiten te stellen en dus te schrappen in verouderd beleid kan de begroting flink naar beneden. Daarmee moet de afdracht van Nederland dan ook fors omlaag”.

Conditionaliteit

Een positief onderdeel van het voorstel is de introductie van het conditionaliteitsprincipe, waarbij Europees geld word verbonden aan bepaalde voorwaarden.

Huitema: “Het is positief dat de Europese Commissie de Nederlandse wens van conditionaliteit overneemt, waardoor een land dat zich niet aan de regels houdt minder geld uit Europa ontvangt. Hiervoor pleit de VVD al jaren. Of het voorstel ook ver genoeg gaat, moet worden bekeken”.

Vandaag breng ik samen met collega Europarlementariërs een bezoek aan de nieuwe locatie van het Europees Medicijnagentschap (EMA). Het EMA verhuist van Londen naar Amsterdam als direct gevolg van Brexit. Dat is de uitkomst na een procedure binnen de Europese Raad met ministers van Buitenlandse Zaken. Na twee spannende stemrondes, waarbij Amsterdam en Milaan uiteindelijk als laatsten overbleven, kwam Amsterdam na een loting als winnaar uit de bus. En daar is Nederland natuurlijk blij mee, want de komst brengt veel werkgelegenheid met zich mee. Niet alleen op het gebied van farmacie, ook op het gebied van bijvoorbeeld horeca.

Het nieuwe pand voor EMA is in november 2019 klaar, terwijl het agentschap al halverwege 2019 naar Nederland komt. Daarom zal het EMA eerst een tijdelijke huisvesting krijgen. Dit tijdelijke gebouw is iets kleiner dan het uiteindelijke gebouw dat speciaal en geheel volgens de wensen van EMA wordt ontwikkeld. Dit is vanaf het begin gecommuniceerd en opgenomen in het aanbod dat door de Europese Raad beoordeeld werd. Daarbij zal het werk van EMA geen enkele hinder van deze verhuizingen ondervinden. Toch ziet Italië het als een kans om de genomen beslissing alsnog terug te laten draaien. De Italianen stellen onder meer de procedure ter discussie en vechten hun standpunt aan bij het Europees Hof van Justitie. Zij vinden dat het Europees Parlement ook een rol moest hebben binnen de besluitprocedure. Het is vooral een tactische zet, want op 4 maart zijn de landelijke verkiezingen in Italië. Met andere woorden; de strijd om EMA is onderdeel geworden van de verkiezingscampagnes. Volgens Minister Bruins (Medische zorg) hoeven we ons hier niet te veel zorgen te maken. Het gehele proces rondom het besluit is eerlijk verlopen.

Ondanks dat de procedure is verlopen via de Europese Raad, mag het Europees Parlement wel meestemmen op de eindbeslissing. Daarom stemmen we op 12 maart in de milieu commissie over de verhuizing van het EMA. Om eventuele vragen rondom de verhuizing te beantwoorden is er vandaag voor een groep Europarlementariërs een werkbezoek naar Amsterdam georganiseerd. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) ontvangt de officiële delegatie die bestaat uit 10 Europarlementariërs waarvan 5 Italianen. Namens Nederland en de VVD ben ik aanwezig. Ik vind het belangrijk om tijdens dit bezoek mijn collega’s de vorderingen van de bouw te laten zien. Een jaar na Brexit zullen alle werknemers werkzaam zijn in een gebouw dat optimaal aan alle wensen van het EMA voldoet.

Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat collega’s uit andere lidstaten de Italianen in het gelijk gaat stellen. Amsterdam kwam naar voren als één van de beste locaties en maar liefst 81% van de werknemers van het EMA koos voor Amsterdam als beste locatie. Nederland is al begonnen om de werknemers in Londen te informeren over alles wat er bij deze verhuizing komt kijken. Zij krijgen dan hulp bij het vinden van passende huisvesting en internationale scholen voor hun kinderen. Ik zal vandaag alles aan doen om mijn collega’s met positieve zin te overtuigen dat Nederland de verhuizing van het EMA volledig de touwtjes in handen heeft.

Beluister hier het interviewfragment over de EMA tijdens het radioprogramma “Met het oog op morgen”

 

 



Stijgende temperaturen, extremer weer en een stijgende zeespiegel. Klimaatverandering staat hoog op de Europese agenda en dat is niet voor niets. Om verdere opwarming van de aarde te voorkomen, hebben we met het akkoord van Parijs in 2015, internationaal afgesproken broeikasgassen (in het bijzonder CO2) terug te dringen. Europese samenwerking is daarbij cruciaal. Het klimaat kent geen grenzen en dus krijgen alle lidstaten hier mee te maken.

De kern van het Europese klimaatbeleid is de invoering van een handelssysteem voor emissies (EU‑ETS). Ongeveer 45% van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU is hierin opgenomen en het systeem fungeert als een marktinstrument om CO2 uitstoot op een kostenefficiënte manier terug te dringen. Met dit systeem wordt er namelijk een prijskaartje gehangen aan iedere ton CO2 uitstoot van industriële sectoren zoals de energiesector en de luchtvaartsector. Ieder bedrijf mag tot een bepaalde hoogte uitstoten en daar niet boven komen. Ze hebben daar emissierechten voor gekregen. Het ETS systeem zorgt er voor dat er gehandeld kan worden met deze rechten. Een bedrijf dat emissierechten over heeft, kan het verhandelen aan een bedrijf die op dat moment te kort komt. Het stimuleert dus om zuinig met de rechten om te gaan, want het kan geld opleveren. Voor veel bedrijven is het dan ook beter om de CO2 uitstoot te beperken door te innoveren in een duurzamer productieproces.

Eén van de gebreken van het systeem is dat er te veel emissierechten op de markt zijn. Hierdoor is de prijs van CO2 uitstoot laag en heeft het systeem weinig tot geen effect. Bedrijven worden simpelweg niet geprikkeld om maatregelen te nemen die hun broeikasgasemissies laten afnemen. In het nieuwe voorstel, hebben we daarom op Europees niveau besloten om jaarlijks 2.2% van de emissierechten uit de markt te halen, om zo het vraag en aanbod weer met elkaar in balans te brengen. Daarnaast mogen de Europese lidstaten op eigen initiatief meer rechten uit de markt halen als zij dat willen. Op die manier zorgt marktwerking er voor dat de CO2 uitstoot duurder wordt.

In het nieuwe voorstel worden ook meer fondsen beschikbaar gesteld om de innovatie en energietransitie, van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie, te bevorderen. Tegelijkertijd wordt er scherper toegezien op de toewijzing van die fondsen. Zo zullen steelkoolcentrales bijvoorbeeld geen subsidies meer ontvangen.

Tot slot worden er meer maatregelen genomen om carbon leakage tegen te gaan. Carbon leakage houdt in dat bedrijven hun werkzaamheden verplaatsen naar landen buiten de EU, waar andere regels gelden, om kosten te besparen. Zo willen ze hun concurrentiepositie op de wereldmarkt te beschermen. Voor het milieu een slechte zaak, want in dat geval zal de vervuiling nog steeds plaatsvinden, maar dan op een andere plek. Dat moeten we voorkomen en daarom krijgen deze bedrijven extra emissierechten zodat ze binnen Europa willen blijven.

 

 

Bekijk bericht

Sluit mij
Zoek je iets?
Zoek:
Berichtcategorieën: