Wereldwijd neemt het aantal bacteriën dat resistent is tegen antibiotica toe (AMR). Deze resistente bacteriën komen voor bij mensen, dieren en in de natuur. Resistente bacteriën kunnen ervoor zorgen dat antibiotica niet meer werken tegen bacteriële infecties. Met andere woorden; de bacterie raakt gewend aan de tegenstof antibiotica waardoor het toedienen geen effect meer heeft. De gevolgen van antibioticaresistentie kunnen hierdoor groot zijn.

Resistente bacteriën komen in alle landen voor, niet alleen in Nederland. Het is daarom belangrijk om bij de bestrijding van antibioticaresistentie samen te werken met andere landen. Daarom heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een ‘One Health’ actieplan. Hiermee wordt op Europees niveau bij zowel mensen, dieren en natuur maatregelen genomen om antibioticaresistentie te verminderen. Het nieuwe voorstel wil antibioticaresistentie preventie bijvoorbeeld een vast onderdeel maken binnen de handelsverdragen met ontwikkelingslanden. Dit houdt in dat landen buiten de EU zich ook moeten houden aan voorzorgsmaatregelen, voordat ze producten mogen verhandelen met de EU. Er mag dan geen preventieve antibiotica worden gebruikt en er gelden strenge hygiëne eisen als het gaat om veehouderij. Zeer terecht, want op deze manier creëren we een eerlijk speelveld. Boeren buiten Europa moeten net zo veel investeren in zaken als dierenwelzijn als de boeren binnen Europa.

Het is gebleken dat betere bewustwording en regelgeving veel verschil kan maken. Door maatregelen te nemen is het gebruik van antibiotica in de NL varkenssector in de afgelopen 7 jaar met 60% afgenomen. Daarmee is de kans op resistentie al een stuk verkleind.

Ik vind het belangrijk dat de Europese Unie zich inzet tegen antibioticaresistentie. Het is een grensoverschrijdend probleem. Het is van belang dat er wordt ingezet op onderzoek en verdere bewustmaking van antibioticaresistentie. Europa kan een voortrekkersrol gaan innemen waarbij Nederland als voorbeeld gebruikt kan worden hoe we met boerenverstand moeten omgaan met antibioticagebruik.

Het nieuwe regeerakkoord zet de toon voor de aankomende jaren: Nederland wordt duurzaam. Met het klimaatverdrag van Parijs, hebben we met 194 andere landen afgesproken om de broeikasgassen in 2030 met minstens 40% te verminderen. Nederland zal er de aankomende jaren alles aan doen om zich aan die doelstelling te houden. Sterker nog, we gaan verder en nemen het voortouw om het doel op 55% proberen te krijgen.

Voor onze huidige en toekomstige leefomgeving is het belangrijk dat de wereldwijde beweging zo snel mogelijk op gang komt. Het milieu, en de opwarming van de aarde, kent echter geen grenzen. Wij alleen kunnen de klimaatverandering niet tegen gaan. Het nationale beleid is daarom direct gekoppeld aan de eisen van het Europese beleid.

Als het aan mij ligt, een Europees klimaatbeleid dat kansen biedt voor economische groei en werkgelegenheid. Duurzaamheid hoeft de ondernemer geen geld te kosten, het kan hem juist meer geld opbrengen. Nederland wordt vaak als koploper gezien als het gaat om innovatie en ondernemerschap. Dat moeten we inzetten, zodat Nederlandse bedrijven zich daarmee kunnen onderscheiden op de Europese markt. Zo ontstaat er naast het maatschappelijk belang, ook een economisch belang.

In Nederland zijn we in staat om innovaties en technologie te gebruiken bij de voedselproductie, waardoor geproduceerd wordt met een kleine ecologische voetafdruk. Maar ook voor andere sectoren geldt dat de verduurzaming economische kansen biedt. Duurzame energietechnologie, zoals het elektrisch rijden bijvoorbeeld heeft de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Ik zet mij in voor een passend, op innovatie gericht Europees beleid. Een beleid dat zich vooral richt op het resultaat in plaats van het opleggen van regels. Geef ondernemers de ruimte om te verduurzamen. Niet omdat ze gedwongen worden, maar omdat zij het daarmee het beste product willen leveren.

Nu heb je de kromme situatie dat een boer dierlijke mest moet afvoeren en kunstmest mag aanvoeren, dat kan beter! Daarom zet ik vol in op de toelating van mineralenconcentraat.”De nitraatrichtlijn uit 1991 stelt een limiet aan het gebruik van dierlijke mest. Daarbovenop mag nog kunstmest worden aangevoerd. Dit is omdat er vanuit wordt gegaan dat nutriënten in dierlijke mest slechter worden opgenomen door de plant. Kunstmest heeft een beter werkingscoëfficiënt en dus heb je minder kans op uitspoeling, is het idee.

Bekijk bericht