Vandaag is een informeel akkoord bereikt tussen Europese landen, het Europees Parlement en de Europese Commissie over een nieuwe Europese meststoffenverordening. Door deze wetgeving stimuleren we de productie van nieuwe bemestingsproducten gemaakt van biologisch afbreekbaar afval, dierlijke mest en andere reststromen. Waardevolle nutriënten worden zo gerecycled en gaan niet verloren. Daarmee zou onder andere 30% aan fosfaatkunstmest bespaard kunnen worden.

Bovendien mogen deze gerecyclede meststoffen, door het opstellen van Europese normen, nu vrij verhandeld worden op de Europese markt. Organische meststoffen die worden gemaakt in het ene EU-land kunnen nu zonder problemen verkocht worden aan andere Europese landen. Zo wordt de kringloop binnen de EU beter gesloten. Daarnaast wordt het gebruik van zogenaamde biostimulanten in deze wetgeving gestimuleerd. Biostimulanten zijn micro-organismen, zoals bacteriën of nematoden en bevorderen de groei van planten. Het grootste struikelblok van de onderhandelingen was het instellen van een limietwaarde voor het giftige cadmium in fosfaatkunstmest. De limiet voor cadmium in kunstmest wordt gesteld op maximaal 60mg/kg.

Jan Huitema (VVD-Europarlementariër): “Door deze nieuwe wetgeving wordt de mestkringloop beter gesloten. Hierdoor gaan waardevolle nutriënten niet verloren, besparen we energie, is de CO2-uitstoot lager en zijn we minder afhankelijk van derde landen.  Boeren willen duurzamer werken en door deze wetgeving kunnen ze nu een concrete stap zetten in de richting van het sluiten van de kringlopen. Daarnaast verlagen we de kostprijs voor de boer. Een prachtige win-win dus! Als één van de onderhandelaars ben ik trots dat het ons gelukt is een akkoord te bereiken.”

 

Voor meer informatie kunt u bellen naar:

  • Jan Huitema: +31 (0) 6 55857899
  • Kantoor Huitema +32 (0) 228 45131

Opiniestuk voor de Boerderij – gepubliceerd op 23-06-2018

Het lijkt zeker dat verschillende kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest komen te vallen. De vraag is alleen wanneer? Het is een van mijn missies in het Europees Parlement om kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest te krijgen. Decennialang wordt hier in Nederland al over gesproken. Gelukkig lijkt een toelating dichtbij. De Europese Commissie doet op dit moment uitvoering onderzoek en komt in 2019 met criteria waaraan kunstmestvervangers moeten voldoen.

In Nederland bestaan al proefprojecten waarbij dierlijke mest zodanig wordt gestript dat je een concentraat krijgt dat te vergelijken is met vloeibare kunstmest. Waarom mag het dan nog niet gebruikt worden boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest? Dat komt door de definitie van dierlijke mest in de Nitraatrichtlijn. Deze luidt als volgt: “dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan.” De bijzin ‘alsook producten daarvan’ is het probleem!

Hoe zuiver je kunstmestvervanger ook is, met deze definitie blijft het dierlijke mest. De definitie is niet meer van deze tijd. De Nitraatrichtlijn stamt uit 1991. Bijna 30 jaar verder zijn de ontwikkelingen op gebied van mestverwerking sterk verbeterd. Daar komt bij dat klimaatverandering een groot thema is, evenals kringloopdenken. Het gebruik van kunstmestvervangers kan daarin een positieve bijdrage leveren.

Een paar jaar geleden zag ik mijn kans schoon. Bij de behandeling van de meststoffenverordening heb ik een voorstel ingediend om de definitie van dierlijke mest aan te passen: “Dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan behalve producten die een werkingscoëfficiënt hebben van 90% en voldoen aan de criteria van de meststoffenverordening.” Natuurlijk was het eenvoudiger om de hierboven genoemde bijzin domweg te schrappen, maar daar was geen politieke ruimte voor.

In de landbouwcommissie van het Europees Parlement kreeg ik hiervoor voldoende steun. De Europese Commissie was minder enthousiast, al erkenden ze de mogelijke voordelen van kunstvervangers. Mijn voorstel zou te kort door de bocht zijn en niet wetenschappelijk gefundeerd. Na lang onderhandelen hebben we eind vorig jaar een compromis bereikt. De Europese Commissie krijgt twee jaar de tijd om duidelijk te maken wanneer een kunstmestvervanger wel of niet valt onder de definitie van dierlijke mest.

Deze week sprak ik met de Europese Commissie over het lopende onderzoek. Uiteraard worden er geen toezeggingen gedaan, maar toch ziet het er veelbelovend uit. Verschillende kunstmestvervangers lijken goede papieren te hebben.
Nu kunt u denken, dit gaat mij niet snel genoeg en dat is begrijpelijk. Geduld is echter een schone zaak en dit is naar mijn mening de enig realistische route om kunstmestvervangers op termijn te kunnen gebruiken, waardoor we onze kringlopen kunnen sluiten en minder afhankelijk worden van kunstmest.

Vandaag breng ik samen met collega Europarlementariërs een bezoek aan de nieuwe locatie van het Europees Medicijnagentschap (EMA). Het EMA verhuist van Londen naar Amsterdam als direct gevolg van Brexit. Dat is de uitkomst na een procedure binnen de Europese Raad met ministers van Buitenlandse Zaken. Na twee spannende stemrondes, waarbij Amsterdam en Milaan uiteindelijk als laatsten overbleven, kwam Amsterdam na een loting als winnaar uit de bus. En daar is Nederland natuurlijk blij mee, want de komst brengt veel werkgelegenheid met zich mee. Niet alleen op het gebied van farmacie, ook op het gebied van bijvoorbeeld horeca.

Het nieuwe pand voor EMA is in november 2019 klaar, terwijl het agentschap al halverwege 2019 naar Nederland komt. Daarom zal het EMA eerst een tijdelijke huisvesting krijgen. Dit tijdelijke gebouw is iets kleiner dan het uiteindelijke gebouw dat speciaal en geheel volgens de wensen van EMA wordt ontwikkeld. Dit is vanaf het begin gecommuniceerd en opgenomen in het aanbod dat door de Europese Raad beoordeeld werd. Daarbij zal het werk van EMA geen enkele hinder van deze verhuizingen ondervinden. Toch ziet Italië het als een kans om de genomen beslissing alsnog terug te laten draaien. De Italianen stellen onder meer de procedure ter discussie en vechten hun standpunt aan bij het Europees Hof van Justitie. Zij vinden dat het Europees Parlement ook een rol moest hebben binnen de besluitprocedure. Het is vooral een tactische zet, want op 4 maart zijn de landelijke verkiezingen in Italië. Met andere woorden; de strijd om EMA is onderdeel geworden van de verkiezingscampagnes. Volgens Minister Bruins (Medische zorg) hoeven we ons hier niet te veel zorgen te maken. Het gehele proces rondom het besluit is eerlijk verlopen.

Ondanks dat de procedure is verlopen via de Europese Raad, mag het Europees Parlement wel meestemmen op de eindbeslissing. Daarom stemmen we op 12 maart in de milieu commissie over de verhuizing van het EMA. Om eventuele vragen rondom de verhuizing te beantwoorden is er vandaag voor een groep Europarlementariërs een werkbezoek naar Amsterdam georganiseerd. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) ontvangt de officiële delegatie die bestaat uit 10 Europarlementariërs waarvan 5 Italianen. Namens Nederland en de VVD ben ik aanwezig. Ik vind het belangrijk om tijdens dit bezoek mijn collega’s de vorderingen van de bouw te laten zien. Een jaar na Brexit zullen alle werknemers werkzaam zijn in een gebouw dat optimaal aan alle wensen van het EMA voldoet.

Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat collega’s uit andere lidstaten de Italianen in het gelijk gaat stellen. Amsterdam kwam naar voren als één van de beste locaties en maar liefst 81% van de werknemers van het EMA koos voor Amsterdam als beste locatie. Nederland is al begonnen om de werknemers in Londen te informeren over alles wat er bij deze verhuizing komt kijken. Zij krijgen dan hulp bij het vinden van passende huisvesting en internationale scholen voor hun kinderen. Ik zal vandaag alles aan doen om mijn collega’s met positieve zin te overtuigen dat Nederland de verhuizing van het EMA volledig de touwtjes in handen heeft.

Beluister hier het interviewfragment over de EMA tijdens het radioprogramma “Met het oog op morgen”