Opiniestuk voor de Boerderij – gepubliceerd op 23-06-2018

Het lijkt zeker dat verschillende kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest komen te vallen. De vraag is alleen wanneer? Het is een van mijn missies in het Europees Parlement om kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest te krijgen. Decennialang wordt hier in Nederland al over gesproken. Gelukkig lijkt een toelating dichtbij. De Europese Commissie doet op dit moment uitvoering onderzoek en komt in 2019 met criteria waaraan kunstmestvervangers moeten voldoen.

In Nederland bestaan al proefprojecten waarbij dierlijke mest zodanig wordt gestript dat je een concentraat krijgt dat te vergelijken is met vloeibare kunstmest. Waarom mag het dan nog niet gebruikt worden boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest? Dat komt door de definitie van dierlijke mest in de Nitraatrichtlijn. Deze luidt als volgt: “dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan.” De bijzin ‘alsook producten daarvan’ is het probleem! Hoe zuiver je kunstmestvervanger ook is, met deze definitie blijft het dierlijke mest. De definitie is niet meer van deze tijd. De Nitraatrichtlijn stamt uit 1991. Bijna 30 jaar verder zijn de ontwikkelingen op gebied van mestverwerking sterk verbeterd. Daar komt bij dat klimaatverandering een groot thema is, evenals kringloopdenken. Het gebruik van kunstmestvervangers kan daarin een positieve bijdrage leveren.
Definitie dierlijke mest aanpassen

Een paar jaar geleden zag ik mijn kans schoon. Bij de behandeling van de meststoffenverordening heb ik een voorstel ingediend om de definitie van dierlijke mest aan te passen: “Dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan behalve producten die een werkingscoëfficiënt hebben van 90% en voldoen aan de criteria van de meststoffenverordening.” Natuurlijk was het eenvoudiger om de hierboven genoemde bijzin domweg te schrappen, maar daar was geen politieke ruimte voor.
In de landbouwcommissie van het Europees Parlement kreeg ik hiervoor voldoende steun. De Europese Commissie was minder enthousiast, al erkenden ze de mogelijke voordelen van kunstvervangers. Mijn voorstel zou te kort door de bocht zijn en niet wetenschappelijk gefundeerd. Na lang onderhandelen hebben we eind vorig jaar een compromis bereikt. De Europese Commissie krijgt twee jaar de tijd om duidelijk te maken wanneer een kunstmestvervanger wel of niet valt onder de definitie van dierlijke mest.
Geduld is een schone zaak
Deze week sprak ik met de Europese Commissie over het lopende onderzoek. Uiteraard worden er geen toezeggingen gedaan, maar toch ziet het er veelbelovend uit. Verschillende kunstmestvervangers lijken goede papieren te hebben.
Nu kunt u denken, dit gaat mij niet snel genoeg en dat is begrijpelijk. Geduld is echter een schone zaak en dit is naar mijn mening de enig realistische route om kunstmestvervangers op termijn te kunnen gebruiken, waardoor we onze kringlopen kunnen sluiten en minder afhankelijk worden van kunstmest.

Opiniestuk voor de Boerderij – Gepubliceerd op 28/05/18

Vrijdag 1 juni presenteert Phil Hogan zijn voorstellen voor het nieuwe Europees landbouwbeleid.

Voordat u denkt dat we aan de vooravond staan van weer een grote verandering in de landbouw, kan ik u zeggen dat het nieuwe landbouwbeleid pas in 2020 op zijn vroegst in werking zal treden. Realistischer is dat het nieuwe landbouwbeleid pas in 2022 of nog later in zal gaan. Een belangrijke reden daarvoor is dat er volgend jaar mei weer Europese verkiezingen zijn.

Nieuwe Europese Commissie

Niet alleen wordt er een nieuw Europees Parlement gekozen, ook wordt in 2019 de Europese Commissie opnieuw samengesteld. De kans dat een Eurocommissaris herbenoemd wordt is klein, laat staat dat diegene dezelfde portefeuille krijgt. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Phil Hogan na 2019 weer landbouwcommissaris wordt. Zijn opvolger heeft misschien weer andere ideeën over het GLB, wat een vertragend effect heeft. En dan hebben we het nog niet eens over de Raad van landbouwministers die net als het Europees Parlement meebeslist over de uiteindelijk tekst van het landbouwbeleid. Nationale verkiezingen kunnen ook daar het werk bemoeilijken. Zeker wanneer het gaat over landbouw, waarbij landen aanspraak kunnen maken op grote hoeveelheden Europees geld.

Te grote focus op inkomenssteun

En dat is meteen één van mijn zorgen. Politici willen graag thuiskomen met een persbericht, waarin ze kunnen aangeven geld op te hebben gehaald uit Brussel. Dat ze het beste met de boeren voor hebben en de directe inkomenssteun in stand willen houden.

‘Het geven van inkomenssteun aan boeren klinkt geweldig, maar lost de uitdagingen voor de Europese boer niet op’

Bij mij roept dat de vraag op, gaat het hier nog wel over beleid dat werkt voor boeren of over beleid dat werkt voor politici? Want laten we eerlijk wezen, wordt met directe inkomenssteun de concurrentiepositie van de Europese landbouwsector structureel verbeterd? Het geven van inkomenssteun aan boeren klinkt geweldig, maar lost de uitdagingen voor de Europese boer niet op. In veel landen worden de landbouwgelden gebruikt als basisinkomen, in plaats investering in het boerenbedrijf. Deze bedrijven raken achterop, met als gevolg dat juist die landen nog harder roepen om behoud van directe inkomenssteun. Steun die terecht komt bij de grondbezitter en niet per se bij de boer.

Investeren in Europese landbouwsector

Ik zet me in voor een landbouwbeleid dat daadwerkelijk investeert in de Europese landbouwsector. Een beleid dat helpt om de sector beter in staat te stellen zijn eigen broek op te houden. Maar ook eentje die inziet dat de landbouwsector juist oplossingen biedt voor milieu- en klimaatproblemen en die kansen wil pakken. Dat vergt meer dan simpelweg het uitdelen van directe inkomenssteun. Iets wat de Nederlandse landbouw al veel langer begrepen heeft.

Met precisielandbouw wordt door middel van technologie heel precies bepaalt welke behandeling planten nodig hebben. In plaats van zo een behandeling voor een heel veld in te zetten, kan er met precisielandbouw op de vierkante meter precies en soms zelfs per plant worden gekeken naar hoe de productie geoptimaliseerd kan worden. Dit maakt dat met minder grondstoffen, meer kan groeien.

Precisielandbouw is daarom innovatie die de voedselproductie optimaliseert en tegelijkertijd de milieudruk verlaagt. Dit is erg belangrijk! Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de data van satellieten, kan gemonitord worden wat de gevolgen zijn van klimaatverandering en waar extra aandacht nodig is. Dit wordt gebruik binnen Europa, maar zeker ook daarbuiten. Door bijvoorbeeld de data vanuit de satellieten kan er beter in kaart worden gebracht waar er verbeteringen kunnen worden gemaakt bij de landbouwproductie in ontwikkelingslanden. Door te monitoren op welke plekken er waterschaarste is of juist extra mest nodig is om productie te bevorderen, kan de voedselvoorziening worden verbeterd.

Op deze manier helpt precisielandbouw mee aan het wereldvoedselvraagstuk. Door een preciezere aanpak kan er met minder grondstoffen meer worden geproduceerd. Door technologische ontwikkelingen kan er ook beter in kaart worden gebracht waar in ontwikkelingslanden er veel vooruitgang geboekt kan worden om zo de voedselproductie te optimaliseren. Precisielandbouw is daarom van groot belang voor de ontwikkeling van een wereldwijd duurzamere voedselproductie en daar zet ik mij graag voor in!

Er is op dit moment een flinke discussie gaande over het gebruik van hernieuwbare energie. Deze hernieuwbare energie moet klimaatverandering tegen gaan. Concreet gaat het om het vervangen van fossiele brandstoffen.

Velen zien die oplossing in biobrandstoffen. Deze kunnen gebaseerd zijn op palmolie, landbouwgewassen of reststromen uit afval. Hierdoor wordt er minder gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen en dit leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Helaas is niet het gebruik van alle grondstoffen voor deze brandstoffen duurzaam. De productie van palmolie leidt namelijk tot ontbossing in Latijns-Amerika. Naast dat de natuur hierdoor flink wordt verstoord, hebben bossen de unieke mogelijkheid om CO2 uit de lucht halen. Door ontbossing wordt de milieuwinst van biobrandstoffen weer teniet gedaan. In plaats van minder CO2 uitstoten, wordt er namelijk flink minder CO2 door de bomen opgenomen.

Biobrandstoffen kunnen een oplossing zijn. Maar dat geldt niet voor alle grondstoffen die gebruikt worden om biobrandstoffen te produceren. Het gebruik biobrandstoffen moet niet leiden tot ontbossing en wel duidelijke klimaatwinst opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen. Anders is het middel erger dan de kwaal. Ik stem vandaag vóór sterke duurzaamheidseisen en tégen schijnoplossingen voor het klimaat en milieu. We moeten kijken naar andere hernieuwbare bronnen, zoals zon, water en wind, waarmee de CO2 echt drastisch verlaagd kan.

Sluit mij
Zoek je iets?
Zoek:
Berichtcategorieën: