De Green Deal die wordt voorgesteld door de Europese Commissie zet in op een circulaire landbouw en economie. Jan Huitema (Europarlementariër, VVD) ziet in deze groene transitie een belangrijke rol weggelegd voor insecten. Insecten kunnen op twee manieren bijdragen aan circulariteit:

Ten eerste vormen insecten een bron van eiwitten die gebruikt zou kunnen worden in veevoeder. Ruim tweeduizend insecten zijn al bestempeld als ‘eetbaar’, waaronder meelwormen, sprinkhanen en de larven van de zwarte soldatenvlieg. Deze insecten kunnen organisch afval, bijvoorbeeld groente- en fruitresten of groenafval, omzetten in hoogwaardige eiwitten. Toch mogen insecten in Europa niet verwerkt worden in veevoer, terwijl deze toepassing perfect binnen doelstellingen van de Green Deal past. Het verwerken van insecten in veevoer heeft namelijk talloze voordelen ten opzichte van het huidige veevoer: insectenteelt neemt vele malen minder grond in beslag, kent een lager waterverbruik en een lagere uitstoot van broeikasgassen en ammoniak.

Daarnaast worden insecten gebruikt als bestanddelen in meer technische, niet voedsel-gerelateerde producten, bijvoorbeeld in biodiesel of verf. Insecten die gebruikt worden voor dit soort technische doeleinden, kunnen worden gekweekt op reststromen uit de landbouw, zoals oogstresten of slib. Er zijn met name voor het verwerken van slib nog veel uitdagingen, en het kweken van insecten met slib als voedingsmiddel zou dus een grote uitkomst bieden. Omdat de technische toepassing van deze insecten losstaat van de ‘food and feed sector’, komen die reststromen later niet terug in onze voedselketen.

Helaas worden deze toepassingen op dit moment verhinderd in de Europese Unie. Het is om te beginnen niet toegestaan om insecten te verwerken in veevoeder. Sinds juli 2017 zijn insecten echter wel toegestaan in voer voor aquacultuur. Die toepassing moet in het vervolg worden uitgebreid naar de veeteelt. Ten tweede worden gekweekte insecten momenteel gecategoriseerd als ‘landbouwhuisdieren’. Dit betekent dat insecten niet met reststoffen mogen worden gevoederd, omdat die vervolgens terecht zouden komen in onze voedselketen. Met de technische toepassing van insecten is dat echter niet het geval. Daarom moet de lijst van substraten (voedingsstoffen) voor insecten worden uitgebreid, wanneer zij enkel gekweekt worden voor technische toepassingen.

De huidige regelgeving zit de uitvoering van de Green Deal dus in de weg. Daarom doet Jan in Brussel hard zijn best om deze regelgeving aan te passen om een win-win-win situatie te creëren: een nuttige bestemming voor afvalstromen, hoogwaardige eiwitrijke voeding voor landbouwdieren en een veel kleinere ecologische voetafdruk!