• De vraag die bij velen bleef hangen na het lezen van de landbouwvisie: hoe gaan we dit in de praktijk aanpakken?

    Afgelopen week presenteerde minister Carola Schouten haar landbouwvisie, waarin ze pleit voor een overgang naar kringlooplandbouw. Deze kringlooplandbouw zou de oplossing moeten zijn voor de problemen waarmee de agrarische sector mee te maken heeft.

    De vraag die echter bij veel mensen achterbleef na het lezen van de landbouwvisie was: hoe gaan we dit in de praktijk aanpakken? In een wereld waar consumenten het liefst zo min mogelijk betalen voor voedsel, valt het voor boeren niet altijd mee om zelf een duurzamere koers in te zetten. Boeren en tuinders zijn ambitieus en willen best duurzamer worden, maar kunnen dit niet alleen.

    Wat vooral niet vergeten moet worden, is dat kringlopen sluiten geen nieuw concept is. Boeren hebben altijd al gewerkt in kringlopen, en in Europa staat Nederland er zelfs om bekend dat we efficiënt omgaan met nutriënten. Er valt echter ook nog veel te verbeteren. Bovendien liggen er nog veel mogelijkheden om de kringloop beter te sluiten.

    Nieuwe manieren vinden om kringloop te sluiten

    Maar in tegenstelling tot wat sommige partijen beweren, wordt de kringloop wat mij betreft niet beter gesloten door terug te gaan naar een ‘ouderwetse’ manier van boeren. We moeten vooral door een combinatie van ecologische en technologische innovaties nieuwe manieren vinden om de kringloop beter te sluiten.

    EU-geld vrijmaken voor stimuleren innovatie

    Vanuit mijn rol als Europarlementariër kan ik hier op verschillende manieren aan bijdragen. Zo pleit ik ervoor dat vanuit Europa meer geld wordt vrijgemaakt om innovatie te stimuleren. Daarnaast is het erg belangrijk dat wanneer nieuwe innovaties ontstaan, verouderde wetgeving niet in de weg staat om deze te gebruiken.

    Mestwetgeving aanpassen

    Een voorbeeld is mestwetgeving. Toen kunstmestvervangers van dierlijke mest ontwikkeld werden, mochten ze volgens het mestbeleid niet gebruikt worden om kunstmest ook daadwerkelijk te vervangen. Door mijn werk in het Europees Parlement wordt deze wetgeving aangepast, en kunnen we binnenkort de kringloop weer iets beter sluiten.

    Een ander goed voorbeeld is de toelating van laag-risico gewasbeschermingsmiddelen en biologische bestrijdingsmiddelen. Die toelating is te traag. De toelatingsinstanties hebben meer mankracht en specialisme nodig om boeren en tuinders duurzamere instrumenten in handen te geven om hun oogsten beschermen. Belangrijk met het oog op voedselverspilling.

    GLB moet sector crisisbestendig maken

    Ik zet me er verder voor in dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) de overgang naar kringlooplandbouw vergemakkelijkt. Zo stimuleren we niet alleen meer ecologische en technologische investeringen, maar zorgen we ook voor meer waardering voor de inzet van de boer. Het GLB moet zorgen voor duidelijke regelgeving op de lange termijn, zodat boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen plannen voor de toekomst.

    Daarnaast moet het nieuwe GLB de positie van de boer in de keten versterken en veel meer inzetten op het crisisbestendig maken van de sector. Te denken valt aan verzekering tegen risico’s zoals droogte , maar ook mogelijkheden om bijvoorbeeld lage landbouwprijzen af te dekken. Kortom, er liggen nog veel kansen onze kringlooplandbouw te verbeteren. Gelukkig hebben we in Nederland de meest innovatieve agrarische sector ter wereld.

     

    Blog verschenen in de Boerderij (18/09/18)

     

    Opiniestuk voor de Boerderij – gepubliceerd op 23-06-2018

    Het lijkt zeker dat verschillende kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest komen te vallen. De vraag is alleen wanneer? Het is een van mijn missies in het Europees Parlement om kunstmestvervangers buiten de gebruiksnorm voor dierlijke mest te krijgen. Decennialang wordt hier in Nederland al over gesproken. Gelukkig lijkt een toelating dichtbij. De Europese Commissie doet op dit moment uitvoering onderzoek en komt in 2019 met criteria waaraan kunstmestvervangers moeten voldoen.

    In Nederland bestaan al proefprojecten waarbij dierlijke mest zodanig wordt gestript dat je een concentraat krijgt dat te vergelijken is met vloeibare kunstmest. Waarom mag het dan nog niet gebruikt worden boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest? Dat komt door de definitie van dierlijke mest in de Nitraatrichtlijn. Deze luidt als volgt: “dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan.” De bijzin ‘alsook producten daarvan’ is het probleem!

    Hoe zuiver je kunstmestvervanger ook is, met deze definitie blijft het dierlijke mest. De definitie is niet meer van deze tijd. De Nitraatrichtlijn stamt uit 1991. Bijna 30 jaar verder zijn de ontwikkelingen op gebied van mestverwerking sterk verbeterd. Daar komt bij dat klimaatverandering een groot thema is, evenals kringloopdenken. Het gebruik van kunstmestvervangers kan daarin een positieve bijdrage leveren.

    Een paar jaar geleden zag ik mijn kans schoon. Bij de behandeling van de meststoffenverordening heb ik een voorstel ingediend om de definitie van dierlijke mest aan te passen: “Dierlijke mest: excrementen van vee of een mengsel van strooisel en excrementen van vee, alsook producten daarvan behalve producten die een werkingscoëfficiënt hebben van 90% en voldoen aan de criteria van de meststoffenverordening.” Natuurlijk was het eenvoudiger om de hierboven genoemde bijzin domweg te schrappen, maar daar was geen politieke ruimte voor.

    In de landbouwcommissie van het Europees Parlement kreeg ik hiervoor voldoende steun. De Europese Commissie was minder enthousiast, al erkenden ze de mogelijke voordelen van kunstvervangers. Mijn voorstel zou te kort door de bocht zijn en niet wetenschappelijk gefundeerd. Na lang onderhandelen hebben we eind vorig jaar een compromis bereikt. De Europese Commissie krijgt twee jaar de tijd om duidelijk te maken wanneer een kunstmestvervanger wel of niet valt onder de definitie van dierlijke mest.

    Deze week sprak ik met de Europese Commissie over het lopende onderzoek. Uiteraard worden er geen toezeggingen gedaan, maar toch ziet het er veelbelovend uit. Verschillende kunstmestvervangers lijken goede papieren te hebben.
    Nu kunt u denken, dit gaat mij niet snel genoeg en dat is begrijpelijk. Geduld is echter een schone zaak en dit is naar mijn mening de enig realistische route om kunstmestvervangers op termijn te kunnen gebruiken, waardoor we onze kringlopen kunnen sluiten en minder afhankelijk worden van kunstmest.

    Opiniestuk voor de Boerderij – Gepubliceerd op 28/05/18

    Vrijdag 1 juni presenteert Phil Hogan zijn voorstellen voor het nieuwe Europees landbouwbeleid.

    Voordat u denkt dat we aan de vooravond staan van weer een grote verandering in de landbouw, kan ik u zeggen dat het nieuwe landbouwbeleid pas in 2020 op zijn vroegst in werking zal treden. Realistischer is dat het nieuwe landbouwbeleid pas in 2022 of nog later in zal gaan. Een belangrijke reden daarvoor is dat er volgend jaar mei weer Europese verkiezingen zijn.

    Nieuwe Europese Commissie

    Niet alleen wordt er een nieuw Europees Parlement gekozen, ook wordt in 2019 de Europese Commissie opnieuw samengesteld. De kans dat een Eurocommissaris herbenoemd wordt is klein, laat staat dat diegene dezelfde portefeuille krijgt. Het lijkt onwaarschijnlijk dat Phil Hogan na 2019 weer landbouwcommissaris wordt. Zijn opvolger heeft misschien weer andere ideeën over het GLB, wat een vertragend effect heeft. En dan hebben we het nog niet eens over de Raad van landbouwministers die net als het Europees Parlement meebeslist over de uiteindelijk tekst van het landbouwbeleid. Nationale verkiezingen kunnen ook daar het werk bemoeilijken. Zeker wanneer het gaat over landbouw, waarbij landen aanspraak kunnen maken op grote hoeveelheden Europees geld.

    Te grote focus op inkomenssteun

    En dat is meteen één van mijn zorgen. Politici willen graag thuiskomen met een persbericht, waarin ze kunnen aangeven geld op te hebben gehaald uit Brussel. Dat ze het beste met de boeren voor hebben en de directe inkomenssteun in stand willen houden.

    ‘Het geven van inkomenssteun aan boeren klinkt geweldig, maar lost de uitdagingen voor de Europese boer niet op’

    Bij mij roept dat de vraag op, gaat het hier nog wel over beleid dat werkt voor boeren of over beleid dat werkt voor politici? Want laten we eerlijk wezen, wordt met directe inkomenssteun de concurrentiepositie van de Europese landbouwsector structureel verbeterd? Het geven van inkomenssteun aan boeren klinkt geweldig, maar lost de uitdagingen voor de Europese boer niet op. In veel landen worden de landbouwgelden gebruikt als basisinkomen, in plaats investering in het boerenbedrijf. Deze bedrijven raken achterop, met als gevolg dat juist die landen nog harder roepen om behoud van directe inkomenssteun. Steun die terecht komt bij de grondbezitter en niet per se bij de boer.

    Investeren in Europese landbouwsector

    Ik zet me in voor een landbouwbeleid dat daadwerkelijk investeert in de Europese landbouwsector. Een beleid dat helpt om de sector beter in staat te stellen zijn eigen broek op te houden. Maar ook eentje die inziet dat de landbouwsector juist oplossingen biedt voor milieu- en klimaatproblemen en die kansen wil pakken. Dat vergt meer dan simpelweg het uitdelen van directe inkomenssteun. Iets wat de Nederlandse landbouw al veel langer begrepen heeft.

    Sluit mij
    Zoek je iets?
    Zoek:
    Berichtcategorieën: