De Europese Commissie heeft vandaag haar voorstel voor de nieuwe Europese meerjarenbegroting 2021-2027 (Meerjarig Financieel Kader) gepresenteerd. De Commissie wil de bijdrage van de EU-lidstaten verhogen van 1,00 naar 1,14 procent van het bruto nationaal inkomen (BNI). Dat komt neer op een totaalbedrag van bijna 1300 miljard euro. Voor digitale investeringen, onderzoek, klimaat en het bewaken van de grenzen is er behoorlijke stijging in het budget ten opzichte van het huidige MFK.

VVD-Europarlementariër Jan Huitema: “Het is goed dat de Europese Commissie in haar voorstel voor een nieuwe Europese begroting werk maakt van nieuwe prioriteiten zoals veiligheid, immigratie en klimaat en flink investeert in innovatie en onderzoek. Dit is ook de inzet van de VVD. Het is echter onverstandig dat de Commissie dit niet betaalt door verouderd beleid tegen het licht te houden en hierop te bezuinigen. Nu is het een “én – én” begroting geworden. Het is een gemiste kans dat er als gevolg van de Brexit niet met een bescheiden eerste begrotingsvoorstel wordt gestart. Bij een kleinere Europese Unie, met een kleiner aantal lidstaten hoort een kleiner budget.”

Nederlandse bijdrage

Wie betaalt dit allemaal? In de huidige plannen gaat de bijdrage van Nederland omhoog met twee à drie miljard euro. Daarnaast raakt Nederland in dit voorstel haar korting kwijt, die ze kreeg om haar relatief hoge bijdrage aan het Europees budget.

Huitema: “Aan de inkomstenkant is nog veel werk aan de winkel. De sterkste schouders kunnen best de zwaarste lasten dragen, maar de sterkste schouders hoeven niet alle lasten te dragen. In het voorstel van de Commissie betaalt Nederland onevenredig veel, dat is onacceptabel. Door de juiste prioriteiten te stellen en dus te schrappen in verouderd beleid kan de begroting flink naar beneden. Daarmee moet de afdracht van Nederland dan ook fors omlaag”.

Conditionaliteit

Een positief onderdeel van het voorstel is de introductie van het conditionaliteitsprincipe, waarbij Europees geld word verbonden aan bepaalde voorwaarden.

Huitema: “Het is positief dat de Europese Commissie de Nederlandse wens van conditionaliteit overneemt, waardoor een land dat zich niet aan de regels houdt minder geld uit Europa ontvangt. Hiervoor pleit de VVD al jaren. Of het voorstel ook ver genoeg gaat, moet worden bekeken”.

Met precisielandbouw wordt door middel van technologie heel precies bepaalt welke behandeling planten nodig hebben. In plaats van zo een behandeling voor een heel veld in te zetten, kan er met precisielandbouw op de vierkante meter precies en soms zelfs per plant worden gekeken naar hoe de productie geoptimaliseerd kan worden. Dit maakt dat met minder grondstoffen, meer kan groeien.

Precisielandbouw is daarom innovatie die de voedselproductie optimaliseert en tegelijkertijd de milieudruk verlaagt. Dit is erg belangrijk! Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de data van satellieten, kan gemonitord worden wat de gevolgen zijn van klimaatverandering en waar extra aandacht nodig is. Dit wordt gebruik binnen Europa, maar zeker ook daarbuiten. Door bijvoorbeeld de data vanuit de satellieten kan er beter in kaart worden gebracht waar er verbeteringen kunnen worden gemaakt bij de landbouwproductie in ontwikkelingslanden. Door te monitoren op welke plekken er waterschaarste is of juist extra mest nodig is om productie te bevorderen, kan de voedselvoorziening worden verbeterd.

Op deze manier helpt precisielandbouw mee aan het wereldvoedselvraagstuk. Door een preciezere aanpak kan er met minder grondstoffen meer worden geproduceerd. Door technologische ontwikkelingen kan er ook beter in kaart worden gebracht waar in ontwikkelingslanden er veel vooruitgang geboekt kan worden om zo de voedselproductie te optimaliseren. Precisielandbouw is daarom van groot belang voor de ontwikkeling van een wereldwijd duurzamere voedselproductie en daar zet ik mij graag voor in!

Wereldwijd neemt het aantal bacteriën dat resistent is tegen antibiotica toe (AMR). Deze resistente bacteriën komen voor bij mensen, dieren en in de natuur. Resistente bacteriën kunnen ervoor zorgen dat antibiotica niet meer werken tegen bacteriële infecties. Met andere woorden; de bacterie raakt gewend aan de tegenstof antibiotica waardoor het toedienen geen effect meer heeft. De gevolgen van antibioticaresistentie kunnen hierdoor groot zijn.

Resistente bacteriën komen in alle landen voor, niet alleen in Nederland. Het is daarom belangrijk om bij de bestrijding van antibioticaresistentie samen te werken met andere landen. Daarom heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een ‘One Health’ actieplan. Hiermee wordt op Europees niveau bij zowel mensen, dieren en natuur maatregelen genomen om antibioticaresistentie te verminderen. Het nieuwe voorstel wil antibioticaresistentie preventie bijvoorbeeld een vast onderdeel maken binnen de handelsverdragen met ontwikkelingslanden. Dit houdt in dat landen buiten de EU zich ook moeten houden aan voorzorgsmaatregelen, voordat ze producten mogen verhandelen met de EU. Er mag dan geen preventieve antibiotica worden gebruikt en er gelden strenge hygiëne eisen als het gaat om veehouderij. Zeer terecht, want op deze manier creëren we een eerlijk speelveld. Boeren buiten Europa moeten net zo veel investeren in zaken als dierenwelzijn als de boeren binnen Europa.

Het is gebleken dat betere bewustwording en regelgeving veel verschil kan maken. Door maatregelen te nemen is het gebruik van antibiotica in de NL varkenssector in de afgelopen 7 jaar met 60% afgenomen. Daarmee is de kans op resistentie al een stuk verkleind.

Ik vind het belangrijk dat de Europese Unie zich inzet tegen antibioticaresistentie. Het is een grensoverschrijdend probleem. Het is van belang dat er wordt ingezet op onderzoek en verdere bewustmaking van antibioticaresistentie. Europa kan een voortrekkersrol gaan innemen waarbij Nederland als voorbeeld gebruikt kan worden hoe we met boerenverstand moeten omgaan met antibioticagebruik.