“De organisatie Transparency International heeft een website gelanceerd met daarop de neveninkomsten van Europarlementariërs. De neveninkomsten die ik heb opgegeven zijn onjuist, ik gaf een te hoog bedrag op. Naast Europarlementariër ben ik ook boer, samen met mijn ouders zit ik in de maatschap van de boerderij die door hen is opgericht. Bij de opgaaf van mijn financiële belangen heb ik mij gebaseerd op wat ik verdiende toen ik nog full-time boerde. Inmiddels is deze situatie wezenlijk veranderd. Mijn dagelijkse werkzaamheden worden nu uitgevoerd door twee medewerkers, die we hebben aangenomen toen ik verkozen werd. Zoveel als mogelijk help ik mijn ouders nog op de boerderij, ik ontvang echter geen salaris meer. Wel ontvang ik als mede-eigenaar van de boerderij een deelneming in de winst. Dit bedrag is natuurlijk aanzienlijk lager dan het door mij opgegeven bedrag. Per direct zal ik de opgaaf financiële belangen corrigeren.”

001_boerderij-image-1583584Tijdens het zomerreces staat alles traditiegetrouw op een lager pitje in Brussel. De straten zijn rustiger, in de kantoren is er minder bezetting. Op de terrassen zitten geen zakenmensen, maar toeristen. Voor mij is dit een uitgelezen moment om weer fulltime op de boerderij aan de slag te gaan en de zinnen te verzetten.

 

 

 

Kennis en ervaring

Tussen de werkzaamheden door heb ik de tijd genomen om informeel kennis te maken met de land- en tuinbouwbestuurders van Nederland. Dat wij over uitstekende mensen beschikken bleek ook uit een gesprek dat ik eerdaags met Finse landbouwvertegenwoordigers had in Brussel. Ze waren diep onder de indruk van de kennis en ervaring van de Nederlandse bestuurders. Zo ook ik. Wat beschikken we over enorm veel kennis binnen de verschillende sectoren, geweldig! Dit is hoe ik politiek wil blijven bedrijven: korte lijntjes houden en altijd geïnformeerd zijn door deskundigheid en ervaring binnen de eigen sector.

Gelijk Europees speelveld Veel zaken passeerden tijdens mijn bezoeken de revue. Van bijvoorbeeld de gemeenschappelijke marktordening groenten en fruit tot een I&R-systeem voor de paardensector en de toelating van groene kunstmest. Maar als paal boven water stond de noodzaak van een gelijk Europees speelveld. Nederland loopt af en toe te ver op de troepen vooruit, en in andere lidstaten worden sommige Europese regels domweg niet uitgevoerd. Ik beschouw het als één van mijn kerntaken om erop toe te zien dat Europese wet- en regelgeving door de verschillende lidstaten ook daadwerkelijk en zo veel mogelijk op dezelfde manier wordt geïmplementeerd. Daarvoor is strategische samenwerking binnen het Europees Parlement essentieel, maar ook met de Europese Commissie, de Nederlandse regering en de landbouwvertegenwoordigers. Ik hecht daarom veel waarde aan het aanboren en onderhouden van de benodigde contacten.

Economische sancties Wat uiteraard telkens ter tafel kwam waren de importrestricties uit Rusland. Ook al was het te verwachten dat Rusland met maatregelen zou komen tegen de economische sancties van de EU, toch is het schrikken. Samen met collega’s uit het Europees Parlement en de Tweede Kamer probeer je dan politieke druk te zetten op de Europese Commissie om adequaat op de boycot te reageren. Dat kan niet zonder kennis en expertise uit het veld. Brancheorganisaties als LTO Nederland en staatssecretaris van Economische Zaken Sharon Dijksma hebben de afgelopen weken hard gewerkt en in Brussel stevige druk gezet. Ik ben blij dat Nederland zelf maatregelen heeft klaarliggen en de EU haar verantwoordelijkheid neemt. Het is nu aan de branche en de politiek om ook te kijken naar de middellange en lange termijn. Het verdient veel respect hoe agrarisch ondernemers met de boycot omgaan en vasthoudend zijn in het zoeken naar structurele oplossingen. Ik zet me ervoor in dat Brussel hun de ruimte biedt om inventief te zijn en nieuwe producten en afzetmarkten te verkennen, zodat ze kunnen blijven ondernemen.

Onvoorziene zaken Als boer ben je eigenlijk altijd met je vak bezig. En toch gebeuren er dingen die je niet had voorzien. Heel vaak ook nog eens op ongelukkige momenten. Er is een koe ziek, een technische storing of het weer slaat ineens om. Tot in de late uurtjes ben je druk bezig om alles weer op de rails te krijgen. Is alles weer op orde, dan geeft dat voldoening en nieuwe energie. Deze passie ervaar ik op ons melkveebedrijf, maar ook als jonge europarlementariër. Dit bewogen reces heeft mij veel energie en nieuwe input gegeven voor het nieuwe parlementaire jaar!

Volg mijn boerenblogs op http://www.boerderij.nl/Bloggers/Jan-Huitema/

 

Op dinsdag 23 september organiseerde ik de eerste landbouwborrel van dit seizoen. Naast de Nederlandse landbouwparlementariërs was als spreker Aalt Dijkhuizen aanwezig, oud-bestuursvoorzitter van de Universiteit Wageningen. Hij vertelde over de noodzaak dat mensen de feiten moeten kennen om een oordeel te kunnen vellen over de ontwikkelingen in de agrosector. De uitbanning van de plofkip mag dan een vooruitgang betekenen op het terrein van dierenwelzijn, het is een achteruitgang in duurzaamheid omdat de hoeveelheid voer die nodig is per geproduceerde kilo vlees hoger is. Op donderdag was ik gastheer van een ontbijt in samenwerking met chemieconcern BASF, kunstmestproducent YARA en de Europese organisatie voor landeigenaren (ELO) met als thema de kloof die er bestaat tussen consumenten en de voedselproducerende sector.

BASF beet het spits af met de resultaten van een enquête onder boeren en consumenten waarbij men in kaart heeft gebracht waar de wederzijdse perceptie van boer en consument uiteen loopt. Gelukkig wordt de relatie niet alleen gekenmerkt door onbegrip maar is er over bepaalde zaken ook overeenstemming. Zo is men het bijvoorbeeld eens dat boeren niet enkel voedsel produceren maar ook een taak hebben als beheerders van ons landschap.

Met een anekdote vanuit mijn eigen ervaring als boer probeerde ik het thema te illustreren. Op een zeker moment bouwde mijn familie een nieuwe stal met meer koeplekken, die ook een sprong voorwaarts qua dierenwelzijn mogelijk maakte. De buitenwacht zag vanaf de openbare weg alleen een grotere stal en veronderstelde dat deze intensivering van de bedrijfsvoering een negatief effect zou hebben.

Door de demografische ontwikkeling groeit de afstand tussen voedselproducent en consument. Mensen trekken naar de stad en ondanks stijgende productie zijn er minder mensen werkzaam in de landbouw. Deze groeiende afstand biedt ruimte aan groeiend onbegrip. Het is echter van belang te onderkennen dat teruggaan naar de tijd van Ot en Sien niet tot de mogelijkheden behoort.

Een Sloveense Europarlementariër en boer merkte op dat uit onderzoek in zijn land gebleken is dat consumenten bereid zijn om meer te betalen voor producten die op een duurzamere wijze zijn geproduceerd, maar alleen zolang het prijsverschil niet meer dan vijftien procent bedraagt. Net als ik benadrukte hij het belang te onderkennen dat we in Europa de strengste regelgeving ter wereld hebben op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid. Kees Vermeulen, boer en docent aan de HAS in Delft voegde toe dat hoewel consumenten vaak zeggen dat ze best bereid zijn meer te betalen voor duurzamere producten, hun portemonnee een ander verhaal vertelt.

Christoph Büren (ELO) bracht in dat de agrosector staat te trappelen om innovaties uit te rollen maar dat de consument dit uit angst voor verandering niet omarmt. Politici laten uit opportunistische overwegingen hun oren vaak hangen naar deze sentimenten. Gevolg is een restrictief wetgevend kader dat innovatie afremt. Kees Vermeulen merkte in dit kader ook nog op dat subsidiëring van innovatie geen heilige graal is. Subsidie kan remmend werken omdat men er op gaat wachten voor men aan de slag gaat. Joost Korte van DG AGRI stak de hand in eigen boezem door op te merken dat de Europese Commissie bij iedere hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid begint met de intentie regelgeving te versimpelen. De praktijk blijft weerbarstig, en achteraf moet men constateren dat het beleid ingewikkelder is geworden. Bovenop Europese regelgeving plaatsen nationale overheden nog eens hun eigen regels. Zo ontstaat een ongelijk, onoverzichtelijk speelveld. Dit ondermijnt de betrouwbaarheid van overheden. De boer verandert in een milieuambtenaar die rekening moet houden met veranderende politieke winden. Dit houdt hem weg van zijn kerntaak en ondergraaft zijn concurrentiepositie.

Een uitdaging voor zowel de politiek als de agro-sector is uit te leggen dat intensivering van de voedselproductie en duurzaamheid elkaar allesbehalve uitsluiten. Een probleem voor de agrosector ligt in de starheid die regelgeving aan ons oplegt. Een voorbeeld hiervan is de nitraatrichtlijn uit 1991. Het doel van deze richtlijn is om de nitraatconcentratie in het grondwater beneden de 50mg per liter te houden. Het is goed dat deze doelstelling voor alle lidstaten geldt om ongelijke concurrentie te voorkomen. Waar ik moeite mee heb is dat de nitraatrichtlijn ook voorschrijft hoe te komen aan die norm. Op een hectare landbouwgrond mag niet meer dan 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest aangewend worden. Er wordt daarbij geen rekening gehouden hoeveel stikstof wordt opgenomen door het gewas en dus niet kan uitspoelen naar het grondwater. Een doorn in het oog, want de hectareopbrengst in Nederland is maar liefst 3 keer zo groot is als in het zuiden van Portugal. Een Nederlandse hectare heeft dus meer behoefte aan bemesting, zonder dat er meer stikstof uitspoelt. Zo wordt geen recht gedaan aan diegenen die door een efficiënte bedrijfsvoering een maximale opbrengst met een minimale input weten te bereiken. Bovendien is niet uit te leggen dat sommige boeren door deze wetgeving niet eens hun eigen mest op hun eigen land mogen aanwenden, terwijl ze wel extra kunstmest mogen gebruiken.

Intensivering van de voedselproductie is onontbeerlijk voor een groeiende wereldbevolking die meer hoogwaardige dierlijke eiwitten tot zich neemt. Deze ontwikkeling is niet te stoppen, hoe graag bepaalde NGO´s en politieke partijen dit ook zouden willen. Dat deze groepen het debat domineren dwingt de agrosector in de spiegel te kijken. De sector moet aan de bak om het eerlijke verhaal te vertellen aan de burger. De nieuwe Europese Commissie onder leiding van Juncker streeft naar versimpeling en harmonisering van regelgeving. Ik ben van plan de Commissie hieraan te houden en zal de uitkomsten kritisch volgen. Leidend is dat de discussie primair gedreven moet worden door feiten, en niet emoties. Onduidelijke, restrictieve regelgeving zorgt er nu voor dat er een daling van de groei van innovatieve en precisielandbouw waar te nemen is. Europa moet oppassen niet voorbijgestreefd te worden.