Er is op dit moment een flinke discussie gaande over het gebruik van hernieuwbare energie. Deze hernieuwbare energie moet klimaatverandering tegen gaan. Concreet gaat het om het vervangen van fossiele brandstoffen.

Velen zien die oplossing in biobrandstoffen. Deze kunnen gebaseerd zijn op palmolie, landbouwgewassen of reststromen uit afval. Hierdoor wordt er minder gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen en dit leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Helaas is niet het gebruik van alle grondstoffen voor deze brandstoffen duurzaam. De productie van palmolie leidt namelijk tot ontbossing in Latijns-Amerika. Naast dat de natuur hierdoor flink wordt verstoord, hebben bossen de unieke mogelijkheid om CO2 uit de lucht halen. Door ontbossing wordt de milieuwinst van biobrandstoffen weer teniet gedaan. In plaats van minder CO2 uitstoten, wordt er namelijk flink minder CO2 door de bomen opgenomen.

Biobrandstoffen kunnen een oplossing zijn. Maar dat geldt niet voor alle grondstoffen die gebruikt worden om biobrandstoffen te produceren. Het gebruik biobrandstoffen moet niet leiden tot ontbossing en wel duidelijke klimaatwinst opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen. Anders is het middel erger dan de kwaal. Ik stem vandaag vóór sterke duurzaamheidseisen en tégen schijnoplossingen voor het klimaat en milieu. We moeten kijken naar andere hernieuwbare bronnen, zoals zon, water en wind, waarmee de CO2 echt drastisch verlaagd kan.