Stijgende temperaturen, extremer weer en een stijgende zeespiegel. Klimaatverandering staat hoog op de Europese agenda en dat is niet voor niets. Om verdere opwarming van de aarde te voorkomen, hebben we met het akkoord van Parijs in 2015, internationaal afgesproken broeikasgassen (in het bijzonder CO2) terug te dringen. Europese samenwerking is daarbij cruciaal. Het klimaat kent geen grenzen en dus krijgen alle lidstaten hier mee te maken.

De kern van het Europese klimaatbeleid is de invoering van een handelssysteem voor emissies (EU‑ETS). Ongeveer 45% van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU is hierin opgenomen en het systeem fungeert als een marktinstrument om CO2 uitstoot op een kostenefficiënte manier terug te dringen. Met dit systeem wordt er namelijk een prijskaartje gehangen aan iedere ton CO2 uitstoot van industriële sectoren zoals de energiesector en de luchtvaartsector. Ieder bedrijf mag tot een bepaalde hoogte uitstoten en daar niet boven komen. Ze hebben daar emissierechten voor gekregen. Het ETS systeem zorgt er voor dat er gehandeld kan worden met deze rechten. Een bedrijf dat emissierechten over heeft, kan het verhandelen aan een bedrijf die op dat moment te kort komt. Het stimuleert dus om zuinig met de rechten om te gaan, want het kan geld opleveren. Voor veel bedrijven is het dan ook beter om de CO2 uitstoot te beperken door te innoveren in een duurzamer productieproces.

Eén van de gebreken van het systeem is dat er te veel emissierechten op de markt zijn. Hierdoor is de prijs van CO2 uitstoot laag en heeft het systeem weinig tot geen effect. Bedrijven worden simpelweg niet geprikkeld om maatregelen te nemen die hun broeikasgasemissies laten afnemen. In het nieuwe voorstel, hebben we daarom op Europees niveau besloten om jaarlijks 2.2% van de emissierechten uit de markt te halen, om zo het vraag en aanbod weer met elkaar in balans te brengen. Daarnaast mogen de Europese lidstaten op eigen initiatief meer rechten uit de markt halen als zij dat willen. Op die manier zorgt marktwerking er voor dat de CO2 uitstoot duurder wordt.

In het nieuwe voorstel worden ook meer fondsen beschikbaar gesteld om de innovatie en energietransitie, van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie, te bevorderen. Tegelijkertijd wordt er scherper toegezien op de toewijzing van die fondsen. Zo zullen steelkoolcentrales bijvoorbeeld geen subsidies meer ontvangen.

Tot slot worden er meer maatregelen genomen om carbon leakage tegen te gaan. Carbon leakage houdt in dat bedrijven hun werkzaamheden verplaatsen naar landen buiten de EU, waar andere regels gelden, om kosten te besparen. Zo willen ze hun concurrentiepositie op de wereldmarkt te beschermen. Voor het milieu een slechte zaak, want in dat geval zal de vervuiling nog steeds plaatsvinden, maar dan op een andere plek. Dat moeten we voorkomen en daarom krijgen deze bedrijven extra emissierechten zodat ze binnen Europa willen blijven.