Het nieuwe regeerakkoord zet de toon voor de aankomende jaren: Nederland wordt duurzaam. Met het klimaatverdrag van Parijs, hebben we met 194 andere landen afgesproken om de broeikasgassen in 2030 met minstens 40% te verminderen. Nederland zal er de aankomende jaren alles aan doen om zich aan die doelstelling te houden. Sterker nog, we gaan verder en nemen het voortouw om het doel op 55% proberen te krijgen.

Voor onze huidige en toekomstige leefomgeving is het belangrijk dat de wereldwijde beweging zo snel mogelijk op gang komt. Het milieu, en de opwarming van de aarde, kent echter geen grenzen. Wij alleen kunnen de klimaatverandering niet tegen gaan. Het nationale beleid is daarom direct gekoppeld aan de eisen van het Europese beleid.

Als het aan mij ligt, een Europees klimaatbeleid dat kansen biedt voor economische groei en werkgelegenheid. Duurzaamheid hoeft de ondernemer geen geld te kosten, het kan hem juist meer geld opbrengen. Nederland wordt vaak als koploper gezien als het gaat om innovatie en ondernemerschap. Dat moeten we inzetten, zodat Nederlandse bedrijven zich daarmee kunnen onderscheiden op de Europese markt. Zo ontstaat er naast het maatschappelijk belang, ook een economisch belang.

In Nederland zijn we in staat om innovaties en technologie te gebruiken bij de voedselproductie, waardoor geproduceerd wordt met een kleine ecologische voetafdruk. Maar ook voor andere sectoren geldt dat de verduurzaming economische kansen biedt. Duurzame energietechnologie, zoals het elektrisch rijden bijvoorbeeld heeft de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Ik zet mij in voor een passend, op innovatie gericht Europees beleid. Een beleid dat zich vooral richt op het resultaat in plaats van het opleggen van regels. Geef ondernemers de ruimte om te verduurzamen. Niet omdat ze gedwongen worden, maar omdat zij het daarmee het beste product willen leveren.