Vandaag breng ik samen met collega Europarlementariërs een bezoek aan de nieuwe locatie van het Europees Medicijnagentschap (EMA). Het EMA verhuist van Londen naar Amsterdam als direct gevolg van Brexit. Dat is de uitkomst na een procedure binnen de Europese Raad met ministers van Buitenlandse Zaken. Na twee spannende stemrondes, waarbij Amsterdam en Milaan uiteindelijk als laatsten overbleven, kwam Amsterdam na een loting als winnaar uit de bus. En daar is Nederland natuurlijk blij mee, want de komst brengt veel werkgelegenheid met zich mee. Niet alleen op het gebied van farmacie, ook op het gebied van bijvoorbeeld horeca.

Het nieuwe pand voor EMA is in november 2019 klaar, terwijl het agentschap al halverwege 2019 naar Nederland komt. Daarom zal het EMA eerst een tijdelijke huisvesting krijgen. Dit tijdelijke gebouw is iets kleiner dan het uiteindelijke gebouw dat speciaal en geheel volgens de wensen van EMA wordt ontwikkeld. Dit is vanaf het begin gecommuniceerd en opgenomen in het aanbod dat door de Europese Raad beoordeeld werd. Daarbij zal het werk van EMA geen enkele hinder van deze verhuizingen ondervinden. Toch ziet Italië het als een kans om de genomen beslissing alsnog terug te laten draaien. De Italianen stellen onder meer de procedure ter discussie en vechten hun standpunt aan bij het Europees Hof van Justitie. Zij vinden dat het Europees Parlement ook een rol moest hebben binnen de besluitprocedure. Het is vooral een tactische zet, want op 4 maart zijn de landelijke verkiezingen in Italië. Met andere woorden; de strijd om EMA is onderdeel geworden van de verkiezingscampagnes. Volgens Minister Bruins (Medische zorg) hoeven we ons hier niet te veel zorgen te maken. Het gehele proces rondom het besluit is eerlijk verlopen.

Ondanks dat de procedure is verlopen via de Europese Raad, mag het Europees Parlement wel meestemmen op de eindbeslissing. Daarom stemmen we op 12 maart in de milieu commissie over de verhuizing van het EMA. Om eventuele vragen rondom de verhuizing te beantwoorden is er vandaag voor een groep Europarlementariërs een werkbezoek naar Amsterdam georganiseerd. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) ontvangt de officiële delegatie die bestaat uit 10 Europarlementariërs waarvan 5 Italianen. Namens Nederland en de VVD ben ik aanwezig. Ik vind het belangrijk om tijdens dit bezoek mijn collega’s de vorderingen van de bouw te laten zien. Een jaar na Brexit zullen alle werknemers werkzaam zijn in een gebouw dat optimaal aan alle wensen van het EMA voldoet.

Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat collega’s uit andere lidstaten de Italianen in het gelijk gaat stellen. Amsterdam kwam naar voren als één van de beste locaties en maar liefst 81% van de werknemers van het EMA koos voor Amsterdam als beste locatie. Nederland is al begonnen om de werknemers in Londen te informeren over alles wat er bij deze verhuizing komt kijken. Zij krijgen dan hulp bij het vinden van passende huisvesting en internationale scholen voor hun kinderen. Ik zal vandaag alles aan doen om mijn collega’s met positieve zin te overtuigen dat Nederland de verhuizing van het EMA volledig de touwtjes in handen heeft.

Beluister hier het interviewfragment over de EMA tijdens het radioprogramma “Met het oog op morgen”

 

 



Stijgende temperaturen, extremer weer en een stijgende zeespiegel. Klimaatverandering staat hoog op de Europese agenda en dat is niet voor niets. Om verdere opwarming van de aarde te voorkomen, hebben we met het akkoord van Parijs in 2015, internationaal afgesproken broeikasgassen (in het bijzonder CO2) terug te dringen. Europese samenwerking is daarbij cruciaal. Het klimaat kent geen grenzen en dus krijgen alle lidstaten hier mee te maken.

De kern van het Europese klimaatbeleid is de invoering van een handelssysteem voor emissies (EU‑ETS). Ongeveer 45% van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU is hierin opgenomen en het systeem fungeert als een marktinstrument om CO2 uitstoot op een kostenefficiënte manier terug te dringen. Met dit systeem wordt er namelijk een prijskaartje gehangen aan iedere ton CO2 uitstoot van industriële sectoren zoals de energiesector en de luchtvaartsector. Ieder bedrijf mag tot een bepaalde hoogte uitstoten en daar niet boven komen. Ze hebben daar emissierechten voor gekregen. Het ETS systeem zorgt er voor dat er gehandeld kan worden met deze rechten. Een bedrijf dat emissierechten over heeft, kan het verhandelen aan een bedrijf die op dat moment te kort komt. Het stimuleert dus om zuinig met de rechten om te gaan, want het kan geld opleveren. Voor veel bedrijven is het dan ook beter om de CO2 uitstoot te beperken door te innoveren in een duurzamer productieproces.

Eén van de gebreken van het systeem is dat er te veel emissierechten op de markt zijn. Hierdoor is de prijs van CO2 uitstoot laag en heeft het systeem weinig tot geen effect. Bedrijven worden simpelweg niet geprikkeld om maatregelen te nemen die hun broeikasgasemissies laten afnemen. In het nieuwe voorstel, hebben we daarom op Europees niveau besloten om jaarlijks 2.2% van de emissierechten uit de markt te halen, om zo het vraag en aanbod weer met elkaar in balans te brengen. Daarnaast mogen de Europese lidstaten op eigen initiatief meer rechten uit de markt halen als zij dat willen. Op die manier zorgt marktwerking er voor dat de CO2 uitstoot duurder wordt.

In het nieuwe voorstel worden ook meer fondsen beschikbaar gesteld om de innovatie en energietransitie, van fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energiebronnen zoals zonne- en windenergie, te bevorderen. Tegelijkertijd wordt er scherper toegezien op de toewijzing van die fondsen. Zo zullen steelkoolcentrales bijvoorbeeld geen subsidies meer ontvangen.

Tot slot worden er meer maatregelen genomen om carbon leakage tegen te gaan. Carbon leakage houdt in dat bedrijven hun werkzaamheden verplaatsen naar landen buiten de EU, waar andere regels gelden, om kosten te besparen. Zo willen ze hun concurrentiepositie op de wereldmarkt te beschermen. Voor het milieu een slechte zaak, want in dat geval zal de vervuiling nog steeds plaatsvinden, maar dan op een andere plek. Dat moeten we voorkomen en daarom krijgen deze bedrijven extra emissierechten zodat ze binnen Europa willen blijven.

 

 

Er is op dit moment een flinke discussie gaande over het gebruik van hernieuwbare energie. Deze hernieuwbare energie moet klimaatverandering tegen gaan. Concreet gaat het om het vervangen van fossiele brandstoffen.

Velen zien die oplossing in biobrandstoffen. Deze kunnen gebaseerd zijn op palmolie, landbouwgewassen of reststromen uit afval. Hierdoor wordt er minder gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen en dit leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen. Helaas is niet het gebruik van alle grondstoffen voor deze brandstoffen duurzaam. De productie van palmolie leidt namelijk tot ontbossing in Latijns-Amerika. Naast dat de natuur hierdoor flink wordt verstoord, hebben bossen de unieke mogelijkheid om CO2 uit de lucht halen. Door ontbossing wordt de milieuwinst van biobrandstoffen weer teniet gedaan. In plaats van minder CO2 uitstoten, wordt er namelijk flink minder CO2 door de bomen opgenomen.

Biobrandstoffen kunnen een oplossing zijn. Maar dat geldt niet voor alle grondstoffen die gebruikt worden om biobrandstoffen te produceren. Het gebruik biobrandstoffen moet niet leiden tot ontbossing en wel duidelijke klimaatwinst opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen. Anders is het middel erger dan de kwaal. Ik stem vandaag vóór sterke duurzaamheidseisen en tégen schijnoplossingen voor het klimaat en milieu. We moeten kijken naar andere hernieuwbare bronnen, zoals zon, water en wind, waarmee de CO2 echt drastisch verlaagd kan.